|
|
Nog lang daarna wordt geen onderscheid gemaakt tussen de Appenzeller
(een formaat groter) en de Entlebucher Sennenhond. In 1913 worden op de
hondententoonstelling in Langenthal vier exemplaren van deze kleine
drijfhond met korte staart aan Professor Heim, de grote beschermer van
de Zwitserse Sennenhondenrassen, voorgesteld. Op basis van de
keurverslagen worden zij als vierde Sennenhondenras in het Zwitserse
hondenstamboek ingeschreven. De eerste standaard werd echter pas in 1927
opgesteld.
Op 28 oktober 1926 wordt op initiatief van dr. B. Kobler de
Schweizerischen Klubs für Entlebucher Sennenhunde opgericht en hiermee
neemt ook de fok van raszuivere honden en de bevordering van het ras een
aanvang.
Zoals blijkt uit het geringe aantal inschrijvingen in het Zwitserse
hondenstamboek ontwikkelt het ras zich slechts langzaam. Toen men tot de
ontdekking kwam dat de Entlebucher naast de aangeboren eigenschappen als
levendige en onvermoeibare drijfhond ook een uitstekende gebruikshond
was werd het ras opnieuw ontdekt.
Op dit moment - hoewel het ras nog niet groot is - zien steeds meer
mensen de Entlebucher als een energieke en
fantastische familiehond.
Raskenmerken:
- Middelgrote, compact gebouwde hond, die iets langer is dan hoog.
- Driekleurig zoals alle Sennenhonden.
- Opgewekte, schrandere en vriendelijke gelaatsuitdrukking.
Belangrijke grootte en verhoudingen
- Schofthoogte reuen: 44 - 50 cm (limiet 52 cm).
- Schofthoogte teven: 42 - 48 cm (limiet 50 cm).
- Verhouding schofthoogte - romplengte: 8 : 10.
- Verhouding snuitlengte - hersenschedellengte: 9 : 10.
Gedrag en karakter:
-
Levendig, temperamentvol, zelfverzekerd en onbevreesd.
- Tegenover bekenden goedmoedig en aanhankelijk.
- Tegenover vreemden iets wantrouwend.
- Onomkoopbare waker, opgewekt en leergierig.
- Zeer vriendelijk voor kinderen.
Beharing: Aard van het haar: Stokhaar. Dekhaar kort, stevig
aanliggend, hard en glanzend. Dichte onderwol
Kleur van het haar en aftekening: Typische driekleur. De hoofdkleur is
zwart met zo symmetrisch mogelijke geel- tot roestbruine en witte
aftekeningen. De geel- tot roestbruine aftekeningen bevinden zich boven
de ogen, aan de
bakken, aan de snuit en de keel, aan de zijkanten van de borst en de
vier poten. Bij deze laatste ligt het geel- tot roestbruin tussen het
zwart en het wit. Onderwol: donkergrijs tot bruinachtig. Witte
aftekeningen: Goed zichtbare smalle witte bles die van de bovenschedel
zonder onderbreking doorloopt over de neusrug en die de snuit geheel of
gedeeltelijk kan omvatten. Wit vanaf de kin over de keel, zonder
onderbreking tot aan de borst. Wit aan alle vier de poten. Ongewenst,
echter getolereerd: kleine witte nekvlek (niet groter dan ongeveer een
halve handpalm).Bij een lange staart is een wit puntje gewenst.
Details. Bij de keuring worden de honden nauwkeurig op een groot
aantal punten beoordeeld. Die punten zijn ook bij het fokken van de
honden van groot belang, juist om het ras zuiver te houden. Hier onder
zijn de kenmerken van de bouw: hoofd, schedel, aangezicht, ledematen,
gangwerk, beharing, tekening gedetailleerd beschreven.
Hoofd. In juiste verhouding tot de grootte van het lichaam, iets
wigvormig en droog. De lengte-as van de snuit loopt min of meer
evenwijdig aan die van de bovenschedel.
Bovenschedel. De schedel is vrij vlak en relatief breed, op zijn
breedst ter hoogte van de ooraanzet. Hij versmalt iets naar de snuit
toe. De jachtknobbels zijn nauwelijks zichtbaar. De voorhoofdsgroeve is
weinig ontwikkeld en de aanzet van het voorhoofd (stop) is weinig
uitgesproken.
Aangezicht: Neus zwart, iets uitstekend over de voorste
lippenwelving. Snuit krachtig, goed van vorm, duidelijk onderscheid
tussen snuit en voorhoofd en tussen snuit en bakken. De snuit versmalt
gelijkmatig, maar wordt niet spits. Ze is iets korter dan de afstand
tussen stop en achterhoofdsbeen. De neusrug is recht. Bakken weinig
ontwikkeld. Lippen weinig ontwikkeld, tegen de kaken aanliggend en zwart
gepigmenteerd.
Gebit krachtig, regelmatig en volledig schaargebit. Tanggebit
getolereerd.
Het ontbreken van 1 tot 2 PM1 (Premolaren 1) wordt getolereerd. De M3
(Molaren 3) blijven buiten beschouwing.
Ogen vrij klein, donker- tot hazelnootbruin, min of meer ovaal
met een levendige, vriendelijke en opmerkzame uitdrukking. Oogleden goed
aangesloten en de rand is zwart gepigmenteerd.
Oren niet te groot, hoog en relatief breed aangezet. Stevig en
goed ontwikkeld oorkraakbeen. Afhangend, driehoekig van vorm en aan de
punt mooi afgerond. In rust vlak aanliggend en bij aandacht aan de
aanzet iets opgetrokken en naar voren gericht.
Hals vrij kort en gedrongen, krachtig en droog, loopt zonder
overgang over in de romp.
Romp krachtig, iets gestrekt. Borst Breed, diep, tot aan de
ellebogen reikend met een duidelijke voorborst. Ribbenkast langgerekt en
rond-ovaal van doorsnede. Ribben matig gewelfd. Rug recht, stevig en
breed, betrekkelijk lang. Lendenen krachtig, soepel en niet te kort.
Kruis Iets afvallend, betrekkelijk lang. Onderlijn en buik Iets
opgetrokken.
Staart. Een in het verlengde van het licht afvallende kruis
aangezette natuurlijke staart. Er wordt gestreefd naar een zwevende of
hangende staart (geldig sinds de inwerkingtreding van het
coupeerverbod), of aangeboren korte stompe staart. Natuurlijke en stompe
staart zijn gelijkwaardig.
Voorhand krachtig en gespierd, maar niet te zwaar. Niet te nauw
of te wijd geplaatst. Voorpoten kort, fors, recht, evenwijdig en goed
onder het lichaam geplaatst. Schouders gespierd, schouderblad lang,
schuin geplaatst en goed aanliggend.
Bovenarm even lang als, of slechts iets korter dan het schouderblad.
Hoek met het schouderblad ca. 110-120 graden.
Ellebogen goed aanliggend. Onderarm betrekkelijk kort, recht, goed
stevig bot en droog. Middelvoet van voren gezien een rechtlijnige
verlenging van de onderarm. Van opzij gezien iets gehoekt, betrekkelijk
kort.
Voeten kattenvoeten, gesloten, met gewelfde tenen, recht naar
voren gericht. Nagels kort en krachtig. De voetzolen zijn stevig en
taai.
Achterhand goed gespierd, dijen breed en krachtig. Van achteren
gezien niet te nauw, recht en evenwijdig geplaatst.
Bovenbeen tamelijk lang, vormt met het onderbeen een vrij stompe hoek
Onderbeen ongeveer even lang als het bovenbeen, droog.Spronggewricht
krachtig, relatief laag aangezet, goed gehoekt Middelvoet vrij kort,
robuust, loodrecht en evenwijdig geplaatst. De wolfsklauwen moeten
verwijderd worden. Voeten gelijk aan de voorhand
Gangwerk Ruimgrijpende, vloeiende, vrije beweging met een
krachtige stuwing vanuit de achterhand en met,
zowel van voren als van achteren gezien, een rechtlijnige beweging van
de ledematen.
Met dank aan de rasvereniging
www.esvn.nl Ingezonden door Tom van Hattum
|