|
Wat waterwerk en krullen betreft hebben
ze dus allebei een aardje naar hun vaartje
Wie er verder ook verantwoordelijk
gesteld mag worden voor het ontstaan van de Ierse Waterspaniel, de
jarenlange homogene vererving wijst er op dat het ras al heel lang
en vele fokzuivere generaties telt.
De kracht van de fokzuiverheid van Ierse
Waterspaniel is samen met de Curly Coated Retriever ook vastgelegd
in de Amerikaanse Waterspaniel, die weer uit de genoemde rassen
combinatie is ontstaan
De precieze oorsprong van dit ras moge
dan niet geheel duidelijk zijn, over de aard van het beestje weten
we inmiddels veel meer. Intelligent, moedig, waakzaam, gehoorzaam,
lief, goede jachthond en een gelijkmatig temperament zijn een aantal
aan de hond toegedichte eigenschappen.
Ook enige wantrouwendheid wordt hem in de
schoenen geschoven, hij zou graag eerst de kat uit de boom
kijken, naar men zegt. Persoonlijk heb ik daar niet veel van
gemerkt, .maar dat zal per hond wel verschillen.
Volgens de liefhebbers is het een prettig
ras en bijzonder vriendelijk en aanhankelijk van aard. De Ierse
Waterspaniel vereist veel lichaamsbeweging en is dan ook uitermate
geschikt om hondensport mee te doen, ofschoon hij niet braaf alles
uit zal voeren wat de baas wenst, het is een jachthond en geen
volgzame herdershond. Maar een baas die van het begin af aan
consequent en duidelijk is, en een goede band heeft met zijn hond,
zal niet echt problemen tegenkomen.
De hond is gek op water en zwemmen en zo
hoort het ook, hij per slot van rekening is het een waterhond. Jagen
en apporteren van waterwild behoort tot zijn taak.
De Ierse Waterspaniel is een fraaie hond
om te zien, hij straalt trots, fierheid en kracht uit
Reuen worden ± 53-58½ cm, teefjes
circa50½-55½.cm
Hij staat op tamelijk hoge poten met
krachtig bone, maar mag niet hoogbenig tonen. Hij heeft goed
gewelfde ribben, met een diepe borst. De hals is sterk en tamelijk
lang, en gaat vloeiend over in een sterke, brede rug.
De kleur is leverkleurig, bijvoorkeur
donker met een warme gloed. Lichte vachten zijn verwerpelijk.
Het hoofd is gestrekt, met gewelfde
schedel en iets vierkant neuspartij. Vooral in hoofd en gezicht zijn
de teven een stuk vrouwelijker, dus fijner. Duidelijke stop, grote,
goed ontwikkelde leverkleurige neus.
De ogen moeten klein en amandelvormig
zijn, van donker tot licht amberkleurig.
De oren voldoen aan alle eisen van een
spaniel oor, zeer lang, lobvormig, afgerond aan de onderzijde en
natuurlijk hangend gedragen.
Zoals iedere werkhond hoort ook de Ierse
waterspaniel een compleet, schaargebit te hebben. .
De vrij glad behaarde staart, ook wel
rattenstaart genoemd, is dik bij de wortel en loopt spits toe.
Hij.reikt tot net boven het
spronggewricht. De staart is aan de basis bedekt met krullen van
7-10 cm, maar de rest heeft fijn, recht dicht haar.
Hij staat op stevige, grote ronde voeten,
zowel tussen de tenen als op de tenen goed met haar bedekt.
De vacht is één en al krul, met
uitzondering van de snuit en de hals, die in een V-vorm tot op het
borstbeen glad behaard zijn.
Op de schedel en de oren groeit het haar
in pijpenkrullen en vormen zo de topknot. .
De Ierse Waterspaniels behoren
bakkebaarden te hebben.
(C) In@ Peters-Boltjes Foto's
of Duwuna honden |