|

De Amerikaanse Cocker Spaniel
De
Amerikaanse Cocker Spaniël is een vrolijke en sociale hond die
lief is voor kinderen, een ideale gezinshond. Heel leergierig
en voor een beloning doen ze bijna alles. Ik vind
dat ze erg vriendelijk zijn voor wie er ook maar binnenkomt
(waarschijnlijk helpen ze zelfs inbrekers mee om onze inboedel
te verhuizen).
Wel gauw geneigd om te blaffen maar ook weer zo
stil.
De Amie
wil met respect behandeld worden, een harde opvoeding werkt
alleen averechts en een duidelijke baas zal er dan ook veel
liefde van krijgen. De Amie
heeft veel vachtverzorging nodig, met een keertje borstelen in
de week ben je echt niet klaar. De vacht van de Amerikaanse
Cocker is zijn trots. Deze is lang, maar niet te overvloedig. Op
het hoofd is de beharing kort en fijn, op het lichaam van
gemiddelde lengte met voldoende ondervacht als bescherming.
Borst, buik en op de rug en aan de achterzijde van de benen
goede bevedering, doch niet zo overmatig dat de mooie lijnen
niet meer zichtbaar zouden zijn. De beharing is zijdezacht, glad
of een weinig gegolfd.
De vacht
heeft een regelmatige kam- en borstelbeurt nodig en eens in de
twee maanden is een bezoek aan de trimsalon beslist
noodzakelijk.

Veel
mensen houden de Amie dan ook liever in een soort puppy
vacht.
Ik doe
ze om de dag een keer goed doorkammen en borstelen.
Ook de
oren moeten regelmatig nagekeken worden, ze hebben sneller dan
de meeste hondenrassen, kans op ontstekingen.
Door het
onvoorstelbare uithoudingsvermogen waarover de Amerikaanse
Cocker beschikt, is het een hond die uren mee uit wandelen kan
gaan, en op de behendigheid- of flyball wedstrijden goed mee kan
komen. Ik doe zelf met twee van onze honden aan behendigheid en
zij vinden het net zo leuk als ik.
Ook
zwemmen vinden ze fijn, alleen met een lange vacht is het
oppassen want als ze moe worden kan het gewicht van de vacht
ervoor zorgen dat ze in de problemen komen.
Kortom,
de Amerikaanse Cocker Spaniël past zich gemakkelijk aan, is
intelligent, gehoorzaam, vrolijk, levendig en nieuwsgierig.
De American
Kennel Club standaard.
Algemeen voorkomen:
De Amerikaanse Cocker Spaniel is de kleinste uit de groep Staande
Jachthonden, Spaniels en Retrievers. Hij heeft een stevig, gedrongen
lichaam en een droog, mooi besneden en adellijk hoofd. De hond is
volledig harmonisch gebouwd met de ideale schouderhoogte.
De voorhand is van goede hoogte; hij
heeft rechte voorbenen en een ruglijn die licht afloopt naar een
sterke, gespierde achterhand. Hij kan een hoge snelheid ontwikkelen,
gepaard gaand aan een groot uithoudingvermogen. Bovenal moet hij
vrij en vrolijk zijn, goed gebouwd met goede verhoudingen en in de
beweging laten zien dat hij een ijverige werker is; hij moet een
gelijkmatig karakter hebben zonder een spoor van schuwheid.
Hoofd:
Een goed geproportioneerd hoofd dat in
goede verhouding staat tot de rest van de hond, omvat de volgende
onderdelen:
Schedel: gewelfd, maar niet overdreven, zonder
neiging tot vlakheid; de wenkbrauwen zijn duidelijk aangegeven met
een uitgesproken stop. De botformatie onder de ogen is goed besneden
zonder opvulling bij de wangen.
Voorsnuit: breed en diep,
met vierkante kaken die van gelijke lengte zijn. De bovenlippen zijn
vol en voldoende diep om de onderkaak te kunnen bedekken. Een juiste
verhouding is wanneer de afstand van de stop tot de neuspunt de
helft is van de afstand van de stop, over de kruin, tot de
schedelbasis.
Tanden: sterk en gaaf, niet
te klein en een schaargebit vormend.
Neus: van voldoende grootte
zodat hij in goede verhouding staat tot de voorsnuit en aangezicht,
met de, kenmerkend voor de jachthond, goed ontwikkelde neusgaten.
Bij de zwarte kleur en de zwart met tan honden is de neuskleur
zwart, bij de anderskleurigen mag de neus bruin, leverkleurig of
zwart zijn; hoe donkerder hoe beter. De kleur van de neus
harmonieert met de kleur van de oogranden.
Ogen: de oogbol is rond en
vol en recht vooruit gericht. De vorm van de oogranden maakt dat het
oog licht en amandelvormig is. De oogleden moeten strak aansluiten
en het oog mag niet uitpuilen. De kleur van de iris is donkerbruin
en in 't algemeen geldt hoe donkerder hoe beter. De uitdrukking is
intelligent , opmerkzaam, zachtaardig en aantrekkelijk.
Oren: lobvormig, lang, met
dunne oorlappen voorzien van goede bevedering, aangezet in een lijn
die niet hoger ligt dan het onderste deel van het oog.
Hals en schouders:
De hals, die van zodanige lengte is dat de hond die neus makkelijk
naar de grond kan brengen, is gespierd en zonder keel-huidplooien.
De hals rijst krachtig op uit de schouders en is licht gebogen bij
de overgang van hals naar hoofd. De schouders liggen goed schuin en
vormen een hoek van ongeveer 90° met de opperarm, waardoor de hond
zijn voorbenen gemakkelijk ver naar voren kan brengen. De schouders
zijn droog, schuinliggend en niet beladen en zó geplaatst dat de
hoek die door de schoudertoppen gevormd wordt, een ruime ribwelving
mogelijk maakt.
Lichaam:
Het lichaam is kort, gedrongen, stevig en
drukt kracht uit. De afstand van de schoudertoppen tot de grond
bedraagt 15% of ongeveer 5 cm meer dan de afstand van de
schoudertoppen tot de staartaanzet. De rug is sterk en loopt van de
schouders naar de aanzet van de gecoupeerde staart gelijkmatig
schuin af. De heupen zijn breed en de achterhand is goed rond en
gespierd. De borst is diep, het laagste punt mag niet hoger liggen
dan de ellebogen. Het front is voldoende breed om hart en longen
genoeg ruimte te geven, maar ook weer niet zo breed dat het recht
naar voren brengen van de voorbenen belemmerd wordt. De ribben zijn
diep en goed gewelfd. De Amerikaanse Cocker lijkt nooit lang en laag
op de benen.
Staart:
De gecoupeerde staart is aangezet en
wordt gedragen in het verlengde van de ruglijn of iets hoger; nooit
recht omhoog als bij een Terrier en nooit zo laag dat de hond een
bange indruk maakt. Als de hond in beweging is heeft hij een
vrolijke staartactie.
Benen:
De voorbenen zijn recht en evenwijdig aan
elkaar, met sterke botten, gespierd en dicht tegen het lichaam en
goed onder het schouderblad geplaatst. Van opzij gezien, met recht
geplaatste voorbenen, ligt de elleboog recht onder het hoogste punt
van het schouderblad. De polsen zijn kort en sterk. De achterbenen
hebben sterke botten, zijn goed gespierd met een goede kniehoeking
en sterke, zich duidelijke aftekenende dijen. Het kniegewricht is
sterk en moet in beweging en in stand stabiel zijn. De hakken zijn
sterk, laaggeplaatst en van achteren gezien zijn de achterbenen,
zowel in de beweging als in stand, evenwijdig aan elkaar.
Voeten:
Compact, groot, rond en stevig, met
hoornachtige voetzolen; ze mogen niet naar binnen of naar buiten
draaien. Hubertusklauwen aan de achter- en voorbenen mogen worden
verwijderd.
Beharing:
Kort en fijn op het hoofd, matig lang op
het lichaam met voldoende ondervacht om bescherming te geven. De
oren, borst, buik en benen zijn goed bevederd maar niet zó overdadig
dat de werkelijke belijning of de beweging van de Amerikaanse Cocker
niet meer te zien is, of het zijn uiterlijk en functioneren als
jachthond ongunstig beïnvloedt. De structuur is heel belangrijk. De
vacht is zijdeachtig, glad of licht golvend, zodanig van structuur
dat het onderhoud heel makkelijk is. Een overdadige, krullende of
pluizige vacht dient te worden bestraft.
Kleur en aftekeningen:
De zwarte variëteit is eenkleurig
zwart of zwart met tankleurige aftekeningen. Het zwart moet gitzwart
zijn; een bruine of leverkleurige gloed in de vacht is ongewenst.
Een weinig wit op borst en/of keel is toegestaan, een witte vlek op
een andere plaats leidt tot diskwalificatie. Andere eenkleurigen
dan zwart of zwart met tan moeten een egale kleur hebben, als is
lichter gekleurde bevedering toegestaan. Een weinig wit op de borst
en/of keel is toegestaan, een witte vlek op een andere plaats leidt
tot diskwalificatie. Bont bestaat uit twee of meer duidelijke
kleuren, die voorkomen in duidelijk aangegeven aftekeningen; een van
de kleuren moet wit zijn, ook bij de honden met tanaftekening; het
is wenselijk dat de tanaftekening op dezelfde plaatsen voorkomen als
bij de zwarte en andere eenkleurige variëteiten. Schimmels horen tot
de bonte variëteit en kunnen elk voorkomend schimmelpatroon hebben.
Als de hoofdkleur 90% of meer bedraagt leidt dit tot
diskwalificatie.
Tanaftekening:
de kleur van het tan mag variëren van het lichtste crème tot het
donkerste rood en mag 10% of minder van de kleur van de hond
bedragen. Tanaftekeningen die meer dan 10% bedragen leiden tot
diskwalificatie. Tanaftekeningen bij de zwarte of andere eenkleurige
variëteiten bevinden zich op de volgende plaatsen:
1. een duidelijke vlek boven ieder oog
2. aan weerszijden van de voorsnuit en op
de wangen
3. aan de binnenzijde van de oren
4. op de voeten en/of benen
5. onder de staart
6. op de borst (niet verplicht; aan- of
afwezigheid wordt niet bestraft). Niet duidelijk zichtbare of
slechts vaag aangegeven tanaftekeningen worden bestraft. Tan op de
voorsnuit dat over de neusrug samenvloeit wordt ook bestraft. Het
ontbreken van tanaftekeningen bij de zwarte of ander eenkleurige
variëteiten op een van de genoemde plaatsten leidt tot
diskwalitficatie.
Gangwerk:
Hoewel de Amerikaanse Cocker Spaniel de
kleinste is in de jachthondengroep, heeft hij toch het typische
gangwerk van een jachthond. Een eerste vereiste voor een goed
gangwerk is evenwicht tussen voor- en achterhand. Hij stuwt met zijn
sterke, krachtige achterhand en heeft een goed geplaatste schouder
en voorhand, zodat de voorbenen moeiteloos en ver kunnen uitgrijpen
om de stuwkracht van de achterhand op te vangen. Zijn gangwerk is
bovenal gecoördineerd, vloeiend en moeiteloos. De hond moet ruime
gangen hebben en overdreven beweeglijkheid mag nooit voor een
correct gangwerk worden aangezien.
A fmetingen:
De ideale schofthoogte voor een volwassen
reu bedraagt 38 cm en voor een volwassen teef 35,5 cm. Een marge van
1,5 cm naar boven of naar beneden is toegestaan. Reuen die groter
zijn dan 39,5 cm en teven die groter zijn dan 37 cm worden
gediskwalificeerd. Volwassen reuen onder de 37 cm of volwassen teven
onder de 34 cm worden bestraft. N.B. De schofthoogte wordt bepaald
door een loodlijn van de schoudertoppen naar de grond, waarbij de
hond in een natuurlijke stand staat en zijn voor- en achterbenen
evenwijdig zijn aan deze loodlijn.
Diskwalificaties
Kleur en Aftekeningen
Zwarte variëteit - Witte aftekening
anders dan op de voorborst en keel.
Andere eenkleurige variëteiten - Witte
aftekeningen anders dan voorborst en keel.
Tanaftekening:
Tanaftekeningen die meer dan 10%
bedragen.
Ontbreken van tanaftekening op een van de
daarvoor aangewezen plaatsen bij een hond met tan aftekening.
Bonte variëteit - wanneer de hoofdkleur
90% of meer bedraagt.
Hoogte - reuen boven 39,5 cm, teven boven
37 cm.
Ontvangen van Joke van Oudenhoven
http://www.expressionshome.nl
|