|
|
De Bracco Italiano is een zeer oud, jachthonden ras voor de staande jacht en komt van oorsprong uit Italië, waar hij voor de jacht op veerwild wordt gebruikt. Het is een echte werkhond, die een vriendelijke en consequente opvoeding nodig heeft. Buiten heeft de hond de ruimte nodig om zijn energie kwijt te kunnen en om zich lichamelijk goed te kunnen ontplooien. Kan hij buiten zijn energie kwijt, dan zal hij binnenshuis opvallend rustig zijn.
Een Bracco is gemakkelijk te trainen en zal zich graag onderwerpen aan de baas, huisgenoten en andere huisdieren. Hij is één en al adel. Het uiterlijk speelt hierbij een rol, maar ook het karakter. Het is een uiterst intelligente hond die zijn baas gemakkelijk met een onnozele smoel op het verkeerde been zet. Eigenwijs wordt de hond dan genoemd, maar het heeft in bijna alle gevallen met slimheid te maken. De Bracco heeft tijd nodig om geestelijk volwassen te worden, geduld en variatie tijdens trainingen en de opvoeding houden de spanning er in. Pas op de leeftijd van 2-3 jaar mag u wat gaan verwachten van uw Bracco Italiano. Dit is echt iets waar u aan moet denken voordat u de keuze voor een Bracco Italiano maakt. Een Bracco reu en teef verschillen ongeveer 10cm in hoogte. Het is verstandig, voor dat u een keuze maakt, om zowel reu als teef eens in het echt te bekijken.
|
|
Geschiedenis: Aan het Spaanse en het Oostenrijkse hof werd de Bracco Italiano als gebruikshond gehouden. Het is deze populariteit die er voor zorgde dat de Bracco Italiano in heel Europa gebruikt werd, niet alleen voor de jacht maar ook voor het “infokken” van gewenste eigenschappen in andere jachthonden.
Er worden twee variëteiten onderscheiden: de Wit Oranje en de Bruinschimmel. De honden worden op veel buitenlandse shows onafhankelijk van elkaar gekeurd en beoordeeld. De kleuren waren in het verleden min of meer geografisch bepaald. De bruinschimmel Bracco uit Lombardije (met name in de Povlakte) en de Wit Oranje Bracco uit Piemonte. De Wit Oranje uit Piemonte was ook lichter in bouw dan zijn Lombardijse neef. Voor het zware werk in de heuvels en bergen was een lichtere hond beter inzetbaar.
De huidige
Bracco Italiano heeft zijn definitieve vorm gevonden door
samensmeltingen van de verschillende hierboven genoemde types.
De
Rasstandaard:
Hoofd:
De lengte komt overeen met 4/10 van de hoogte van de hond. Onder het
oog iets ingevallen. De snuit is van voren gezien vierkant, van
opzij afgerond, geringe stop, achterhoofdsknobbel duidelijk
zichtbaar en wenkbrauwen goed aangegeven. Te veel of geen plooien op
het hoofd zijn niet toegestaan. Het onderbeen stevig, groot en recht, middenvoet droog en lichtgebogen. De voet vrij stevig, groot en rond met enigszins lange goed gesloten en met kort haar bedekte tenen. Sterke witte okergele of bruine nagels en droge elastische voetzolen. Lichaam: De borstkas is ruim en diep, onderborst tot aan de hoogte van de ellebogen. Van onder meer dan boven goed geronde ribben. De schoft is hoog, de schouderbladen goed los van het lichaam. De rug is vrijwel recht van de schoft tot de elfde rugwervel en iets gebogen aflopend van de elfde rugwervel tot het kruis. De lende streek is breed gespierd, tamelijk kort en lichtschuin aflopend. Het bekken is ruim, vooral bij de teef.
Opgetrokken kruis bij de hond is niet
toegestaan. Achterhand: De dijen zijn tamelijk lang, niet uitstaand, goed gespierd en van achteren vrijwel recht. De benen zijn sterk met brede en niet overmatig gebogen sprongen die goed verticaal zijn. middenvoet droog, noch naar binnen, noch naar buiten gedraaid. De achtervoeten zijn eender als de voorvoeten. Het ontbreken van de hubertusklauw is niet fout. Vacht: Kort dik glanzend. Fijner en veel korter op het hoofd, oren, schouders, dijen en voorzijde van de benen en de voeten. Lang haar of golvend haar is niet toegestaan. Kleur: Wit met min of meer grote oranje of amberkleurige aftekening, wit met min of meer grote kastanjebruine aftekening, wit met oranje schimmel en wit met kastanjebruine schimmel. Niet toegestaan zijn de kleuren zwart, zwart met roestbruin, driekleur, effen of reekleur. Maat en Gewicht: Schofthoogte: 55-67cm. De hoogte voor reuen: 58-67cm; de hoogte voor teven 55-62cm. Gewicht: 25-40 kg. Afhankelijk van de hoogte (maat) van de hond met ruime spelingen doch met goede verhoudingen.
|