|

De
Duitse Dog is een imposante, trotse, krachtige grote hond.
De schouder- of schofthoogte van een reu
moet minstens 80 cm. zijn en die van een teef minstens 72 cm. Hogere
maten zijn zeer aanbevelenswaardig. Het gewicht is ongeveer 60 - 80
kg.
De kleuren zijn:
a. Gestroomde doggen: grondkleur van
licht goudgeel tot donker goudgeel, steeds met zwarte flinke
dwarsstrepen gestroomd. Niet gewenst zijn witte vlekjes aan borst en
tenen, evenmin lichte ogen en nagels.
b. Gele doggen: kleur licht goudgeel tot
vol goudgeel met een zwart masker en zwarte nagels. Niet gewenst
zijn witte vlekjes aan borst en tenen, evenmin lichte ogen en
nagels.
c. Blauwe doggen: zoveel mogelijk
staalblauw, geheel gelijkmatige kleur zonder zweem van geel of zwart
er in. Bij blauwe doggen mogen lichte ogen voorkomen. Witte
aftekeningen zijn toegestaan.
d. Zwarte doggen: kleur pikzwart,
glanzend met donkere ogen.
e. Zwart-wit gevlekte doggen: grondkleur
zuiver wit met over het gehele lichaam goed verdeelde ongelijkmatige
pikzwarte vlekken. Toegestaan zijn enige grijze vlekken. De ogen
moeten donker zijn, lichte ogen of ogen met twee kleuren zijn
toegestaan. Neus zwart, zwartgevlekt of vleeskleurig is echter
toegestaan.
Er zijn nog een aantal voorkomende
kleurslagen, kijk daarvoor op onze site.
Over de
afstamming en de ontwikkeling van de
Duitse dog, zoals wij die
tegenwoordig kennen, valt nog wel het één en ander te vertellen. Om te
beginnen zijn naam en hoe hij daar aan gekomen is.
Wij gaan terug naar het jaar 1870 toen in Denemarken de dog vrij veel
voorkwam, zowel in het lichte als zware type. Men gebruikte deze honden
voor de jacht op grof wild: beren, wilde zwijnen, wolven, enz. Het
spreekt vanzelf dat de denen de bij hen voorkomende dog “deense dog”
gingen noemen en dit tot vandaag de dag nog doen.
Toen deze “deense dog” in Duitsland geïmporteerd werd, begonnen de
Duitsers deze hond te “perfectioneren” door de dog te kruisen met
windhonden waardoor het type minder plomp en eleganter werd. Zij kwamen
tot een standaardtype en veranderden de naam in “Duitse dog”. Deze naam
werd enkele jaren later ook door ons land overgenomen.
De strijd om de naam van het ras tussen Denemarken en Duitsland heeft
tot veel verwarring onder de mensen geleid. Er zijn mensen die menen dat
een zwart-wit gevlekte dog een deense dog is en een geel gestroomde of
een blauwe dog een Duitse dog. De kleurvariëteit heeft echter niets met
de naam te maken en in Nederland noemen wij deze dog dus “Duitse dog”.
Als land van oorsprong echter heeft de Fédération Cynologique
Internationale, kortweg F.C.I. genoemd, Denemarken erkend. Doordat in
verschillende landen geen vaste lijn gevolgd wordt wat de naam betreft,
is verwarring niet altijd te voorkomen. Dit komt ook in de namen van de
rasverenigingen van andere landen tot uitdrukking.
De
Duitse dog zelf is van oorsprong gelijk aan alle andere hondenrassen met
als stamhouder de wolf en de jakhals. De evolutie bracht de hond steeds
dichter bij de mensen en al spoedig begrepen de mensen het nut van de
hond. Men ging honden gebruiken voor het bewaken van erf en goed, als
trekdier en als huisgenoot. De rol die de hond als huisgenoot ging
vervullen, werd echter steeds belangrijker, maar ook als bewaker en
gebruikshond kwam hij meer in het middelpunt van de belangstelling.
Het karakter
De
Duitse dog in actie is een toonbeeld van energie, wilskracht en
majesteit. Hij heeft een krachtige lichaamsbouw en straalt trots, kracht
en elegantie uit. Hij is de Apollo onder de hondenrassen.
De Duitse dog valt direct op door zijn imposante hoofd. Van nature heeft
de Duitse dog grote hangoren. Deze werden vroeger (en in sommige landen
gebeurt dat nog steeds) op een leeftijd van ongeveer 7 weken gecoupeerd.
In Nederland is het sinds 1991 verboden om de oren van een hond te
couperen. De uitdrukking van de Duitse dog is, mede door zijn grote
hangoren, zachtmoedig en melancholiek.
De voornaamste karaktereigenschappen van de Duitse dog zijn de grote
waakzaamheid en opmerkingsgave, de goedaardigheid en de
aanhankelijkheid.
De
Duitse dog is een imponerende hond. Zijn forse voorkomen dwingt ontzag
af en het beschermen is hem aangeboren. Van nature is de Duitse dog
bereid om zijn huisgenoten te verdedigen. Onrecht kan hij moeilijk
verdragen.
De Duitse dog is vriendelijk van karakter. Door zijn rustige, bijna
statige houding, is het een ideale huishond die, ondanks zijn grootte,
praktisch in ieder huis kan worden gehouden. Bovendien is zijn liefde
voor en geduld met kinderen bewonderenswaardig. Tegenover vreemden kan
de hij wat terughoudend en wantrouwend zijn.
Tekst Karen Cosman. Klik voor meer info op de
banner.
naar
boven
 |