|
De naam blenheim kwam van de Hertog van Marlborough, genoemd naar zijn kasteel. Kruisingen leverden de driekleur. Deze driekleur bestond al in 1667, want toen loofde Prins Ruprecht al een beloning uit voor "diegene die zijn drie kleur terug kon bezorgen."
De honden waren groter, normaal van hoofd, vlak van schedel en de snuit van behoorlijke lengte. Vóór 1847 leest men niets van black en tan, voor 1850 niets van ruby. Vanaf 1840 streefde naar het gezicht plat te krijgen, eerst met hulp van de buldog, daarna van de mopshond. Met name de mopsen van het Engelse Hof van Willem III, maar ook Japanse Spaniels en/of Pekingezen werden hiervoor gebruikt .In het begin van de 20ste eeuw was men ongeveer op de helft tussen een normale lengte en de neuslengte van nu. Men veronderstelt dat de hertogen van Marlborough twee slagen hadden, een lichte en een zwaarder type.. De hedendaagse King Charles heeft een zwaar hoofd in verhouding tot de grootte. De neus moet zwart zijn met grote, wijde neusgaten. De neuslengte is zeer kort en naar de schedel toe opwippend. Er is een duidelijke stop aanwezig boven een brede, vierkante voorsnuit. De ogen zijn zeer groot en donker, staan ver uit elkaar en hebben een vriendelijke uitdrukking. De oren zijn laag aangezet en hangen vlak tegen de wangen. Zoals een goed spaniel oor betaamt zijn ze zeer lang en goed bevederd. Het lichaam is kort met een vlakke rug en brede, diepe borst. Hij staat stevig op zijn royaal behaarde benen en compacte voeten De staart: wordt op één lijn met de rug gedragen. Het gangwerk is vrij, kwiek en elegant. Het gewicht ligt tussen de 3,6-6,3 kg. De beharing is lang, zijdeachtig en recht, alhoewel, een lichte golf is toegestaan. De benen, oren en staart moeten overvloedig bevederd zijn. De kleuren zijn: Black and tan zwart met roestbruin met glanzend zwart met helder mahoniekleurige aftekeningen op de snuit, benen borst, binnenkant van de oren, onder de staart en plekjes boven de ogen. Driekleur: witte ondergrond met verdeelde zwarte platen en goede aftekeningen op oren snuit en staart een brede bles wit tussen de ogen en voorhoofd. Blenheim: witte onder grond met kastanjerode platen brede zuivere bles met de spot in het midden van de schedel. De spot moet een scherp afgetekende kastanjerode vlek zijn ter grote van een stuiver. Ruby: diep kastanjerood. Fouten. Enkele witte haren op de borst bij een zwart met bruine of ruby vacht zijn niet gewenst doch een witte vlek is een ernstige fout. Aldus de standaard uit het groot rashondenboek.
De Cavalier King Charles Spaniel is naar verondersteld wordt een jong ras, dat waarschijnlijk nooit met een ander ras werd gekruist. In 1928 werd onder leiding van mrs. Pitt de eerste rasstandaard opgesteld van de Cavalier King Charles.Men voegde Cavalier toe om de verwarring met de King Charles Spaniel te voorkomen. In 1954 kwam de eerste Cavalier naar ons land, maar eigenlijk is de dwergspaniel hier nooit weggeweest, want in het boek van hondenrassen van graaf van Bylandt uit 1904 staan foto’s van toyspaniels die er heel vertrouwd uitzien. De Cavalier is een levendig, sierlijk en harmonieus hondje met zachte expressie. Ze zijn sportief, aanhankelijk, beslist zonder angst, vrolijk, vriendelijk, niet agressief, en mogen geen enkele neiging tot nerveusheid tonen. Het lichaam heeft een rechte, rug, korte lendenen, middelmatige borstkas met goede ribwelving. De lengte van de staart is in harmonie met het lichaam en vrij en blij gedragen, maar nooit ver boven de rug uitkomend. Hij staat recht op zijn benen, van middelmatig zwaar bot. Het gangwerk is vrij en elegant in beweging, met veel stuwing vanuit de achterhand. De hals is middelmatig lang en licht gebogen. Het hoofd is in verhouding met het lichaam. De schedel is bijna vlak tussen de oren, de stop is ondiep. De neus moet een zwarte neusspiegel hebben met goed ontwikkelde neusgaten en mag geen vleeskleurige aftekeningen hebben. De lengte van de voorsnuit is ongeveer 3,8 cm en wordt naar de punt toe wat smaller. Smalle en spitse snuiten zijn echter absoluut ongewenst. De ogen zijn groot, donker en rond, maar niet uitpuilend. Het gezicht is goed opgevuld onder de ogen. Oren zijn lang en hoog aangezet en net als bij de King Charles moeten ook deze oren overvloedig behang hebben. De kaken zijn sterk en het gebit moet een compleet schaargebit zijn. De Vacht is lang, zijdeachtig en zonder krullen. Een lichte golving is ook hier toegestaan. Overvloedig bevederd, in het geheel vrij van trimmen. De kleuren zijn gelijk aan die van de King Charles met uitzondering van woorden als ravenzwart bij de tan honden. Bij blenheim staat naast de kastanje kleurige aftekeningen, op parelwitte ondergrond ook vermeld. De aftekeningen zijn gelijkelijk verdeeld op het hoofd en laten ruimte tussen de oren voor de zeer gewaardeerde ruitvormige vlek of "spot". (typisch kenmerk)
Japanse Spaniel. De Japanse Spaniel is van oosterse afkomst. In Japan wordt hij als huishond vooral door de dames zeer gewaardeerd, die hem als een mof (een tunnel waar je, je handen insteekt in de winter) of in de mouw van hun kimono plachten te dragen.Europese reizigers uit de 17e eeuw vertelden hoe goed er in Japan voer deze hondjes werd gezorgd. Bastaards werden liefdevol opgenomen, terwijl de gewaardeerde rassen met zorg werden gefokt. In bepaalde streken kwamen talrijke van dergelijke hondjes voor, die ongestoord langs de wegen leefden. Men bouwde schuilplaatsen voor hen en de dorpelingen uit de wijde omtrek brachten voedsel. In 1853 werd hij voor het eerst in Europa gebracht: het was een commodore (bevelhebber) die hem ten geschenke gaf aan Koningin Victoria. Van toen af werd het ras spoedig populair in Engeland en werd een concurrent van de Pekingees. Zijn raspunten schrijven een schofthoogte voor van 20-30cm en een gewicht van 2,5 kg, met een voorkeur voor de kleinere exemplaren De Japanse Spaniel is bedekt met een overvloedige beharing, meestal wit van kleur met zwarte of rode vlekken. Elegant uiterlijk, sierlijke gang, trots als een pauw, intelligent, toegewijd, lichtgeraakt en zijn baas zeer toegenegen.
Tibetaanse Spaniel. Er is weinig bekend betreffende de oorsprong van deze kleine oosterse Spaniel, dus kunnen we slechts veronderstellingen weer geven.Zoals eerder al eens verteld, plachten de volken van Tibet ieder jaar de Keizer van het Hemelse Rijk in Peking geschenken te zenden. Aangenomen moet worden dat de Keizer dit beantwoordde door het zenden van o.a waardevolle Chinese honden. Dit waren misschien de Happa, die door sommigen als de voorouders van Pekingees en Mopshond worden beschouwd, die zodoende zouden hebben bijgedragen aan het ontstaan van de Tibetaanse Spaniel. Ook een veel op de Tibetaanse Spaniel lijkende hond was in het begin van de achtste eeuw na chr. bekend in het koninkrijk Silla. Zuid-Korea onderhield betrekkingen met Japan en verscheidende honden van dit type werden door afgezanten van het Koninklijk Huis van Silla in het jaar 732 na chr.. aan de Keizer van Japan ten geschenke gegeven. Van deze honden stamt de Japanse Spaniel, bijgenaamd de Chin af. Sommige deskundigen zijn van mening dat deze Chins de honden uit Koreaanse Shinra streek zijn, die als gift aan de Japanse Keizer waren gezonden. Men mag aannemen, dat de zich in die tijd ontwikkelde verschillen bijdroegen tot het ontstaan van het huidige type van de Chin, zodat wij tot de gevolgtrekking kunnen komen dat de Tibetaanse Spaniel de oude vorm is van de Chin. De Tibetaanse Spaniel is vrolijk en levendig, een beetje wantrouwend tegenover vreemden. Hij wordt bijna naakt geboren en blijft zo tot ongeveer 4 mnd, om geleidelijk aan een dubbele vacht te krijgen, met aan hals en schouders een manenkraag. Voorkomende kleuren: goudgeel, rossig, zwart en tan, wit met donkere vlekken, roomkleurig, wit en bruin. Zijn gewicht is ongeveer 6 kg. N a deze opsomming van weetjes en feiten kijken we met z’n allen op de maandagavond naar deze leuke hondjes.Ik wens ze veel succes op de shows, zodat er veel prijzen gewonnen worden en dus vele traktaties op de ringtraining, een andere tak van onze sport.
Rasprofiel ingezonden door Lies Wolder-van Sligter. bronnen: Hondenrasboek 1979, Toepoels Encyclopedie, Thieme en Het nieuwe hondenboek. |