|
|
Van oorsprong is de GBGV een Franse jachthond uit de regio Vendeen, gefokt om zelfstandig te jagen in kleine meutes. Dit heeft zijn weerslag op de aard van de hond: zelfstandig, eigenzinnig, en gesteld op gezelschap. Laat u dan ook niet misleiden door de zachtmoedige uitdrukking want daarachter schuilt een hond met een sterke wil en een duidelijke mening. Het is echter vooral een vrolijke, vriendelijke en evenwichtige hond, met gevoel voor humor en altijd in voor iets nieuws. Met een consequente training op te voeden tot een redelijk gehoorzame huishond.
Op de foto: Ursa Soleil van Tum Tum’s vriendjes
Rasbeschrijving Behorend bij groep 6 Lopende honden. De Grand Basset Griffon Vendéen is een middelgrote, krachtige, rechthoekige hond met een ruwe vacht en een levendig temperament. Hoofd: gewelfde en langwerpige schedel, niet al te breed, goed gevuld onder de ogen. Duidelijk zichtbare astop, goed ontwikkelde achterhoofdsknobbel. Lange voorsnuit, neusrug zeer licht gebogen, zwarte geprononceerde neusspiegel. Zwarte snor. Ogen: groot, donker, met een vriendelijke en intelligente uitdrukking. Borstelige wenkbrauwen, die het zich niet mogen belemmeren. Oren: zacht, smal en dun, bedekt met lange haren. Ze moeten tot de neuspunt reiken en laag aangezet zijn (onder de ooglijn), goed naar binnen gedraaid. Hals: lang, krachtig en droog. Lichaam: lange, brede en rechte rug met licht gewelfde lendenpartij. Brede en rechte rug met licht gewelfde lendenpartij. Brede en gespierde croupe. Brede, diepe en lange borstkas met goed geronde ribben. Ledematen: de schouders liggen goed naar achteren en zijn goed aan het lichaam vastgehecht. Rechte voorbenen met krachtige botten, sterke opperarm. Gespierde dijen, goede hoeking van knie- en spronggewricht, evenwijdige achterbenen. Voeten: krachtig, gesloten, met sterke voetzolen. Staart: hoog aangezet, wordt sabelvormig of lichtgebogen gedragen. Vacht: hard, niet al te lang. Op delen van het lichaam komt matige bevedering voor. Kleur: 1. eenkleurig: roodachtig-geel, haaskleurig wit of grijs, 2. tweekleurig: wit met rood, wit met zwart of wit met grijs, 3. driekleurig: wit, zwart, en rood, wit met haaskleur en wit, grijs en rood. Gangwerk: vrij en licht. Schofthoogte: 38-42 cm. Ontvangen van: Francien Blitz-Rutten [francienblitz@gmail.com] |