|
Het ras en werd
gebruikt voor de jacht op beren, lynxen en bosvogels. Nu wordt de
Jamthund vrijwel uitsluitend voor de elandenjacht gebruikt, maar zal
zeker nog in gezet kunnen worden voor de jacht op klein wild.
Ondanks het feit
dat het al een oud ras is kreeg de Jamthund pas in 1946 een eigen
rasbeschrijving. Voor die tijd moest de Jamthund zijn standaard
delen met de Grahund die als hetzelfde ras werd beschouwd.
Hij is een
bijzonder goede elandhond. Ook voor de slee is het een bruikbare
hond.. Hij komt voornamelijk voor in Zweden en is sporadisch
vertegenwoordigd in andere landen.
Het is een
grote, sterke hond. Een volwassen reu is ongeveer 61 centimeter
hoog, een volwassen teef ongeveer 56 centimeter.
Ook vandaag de dag is de Jämthund nog erg
populair in Zweden. Natuurlijk als jager, maar ook als
gezelschapsdier en waakhond. De Jämthund is een Keesachtige, met een
indrukwekkend voorkomen en een zware norse blaf.
Het is een levendige hond, hij kan tegen
een stootje en is zeker niet kleinzielig.
De honden genieten van de jacht, houden
van het buitenleven, maar bovenal aanbidden ze hun bazen.
Het karakter is evenwichtig en kalm.
Vriendelijk en zachtaardig ten opzichte van kinderen,
waardoor dit ook een goede
gezelschapshond is, mits aan de bewegingseisen wordt voldaan.
Tegenover andere honden kan hij dominant
zijn, omdat hij zijn taak als waakhond heel serieus neemt..
Eigenlijk is dit geen ras voor een leven in de stad, want hij heeft heel veel ruimte en
vrije beweging nodig. Hij moet kunnen rennen en vrij zijn. Als hij
de ruimte en de vrijheid krijgt, zorgt hij zelf wel voor een flinke
portie lichaamsbeweging, maar waar vindt je die mogelijkheid in
Nederland, waar honden in principe nergens los mogen lopen. In Zweden hoofdzakelijk
gehouden op boerderijen met uitgestrekte landerijen.
Het is geen wegloper, bewaakt huis en hof
met hard en ziel.
Beknopte standaard FCI standaardnr.
42 erkend: 12 mei 1980
Jämthund
Land van oorsprong Zweden.
De Jämthund is groot en rechthoekig, maar
mag niet te lang lijken en niet te zwaar zijn.
Hij is evenwichtig, zit strak in zijn
vel, is krachtig maar lenig en heeft een fiere houding.door de lange
sterke hals zonder keelhuid.
De borstkas is breed, de lendenen
krachtig, de buiklijn iets opgetrokken.
Het kruis/bekken is breed en slechts
licht hellend.
Hij staat stevig op zijn sterke, compacte
benen met enigszins ovale voeten.
Het hoofd is lang, droog en relatief
breed. De schedel is licht gewelfd met een duidelijke stop.
De neusbrug is recht en de lippen mooi
aangesloten .
De ogen zijn enigszins ovaal, vrij klein
en donkerbruin van kleur.
De oren zijn relatief klein en hoog
aangezet. Ze worden rechtop gedragen en hebben puntige uiteinden.
De staart is hoog aangezet, matig lang en
wordt los gekruld over de rug gedragen.
Vacht is lang en stug met donkere punten.
Kort en glad op het hoofd en de voorkant van de benen. Langer op de
hals, borst, staart en de achterkant van de benen.
Kortere, zachte, lichtere ( bij voorkeur
witte ) ondervacht. (dagelijks even borstelen)
Kleur varieert van heel donker tot
lichtgrijs. Lichtgrijs of crème op de snuit, wangen, keel, buik,
poten en onderzijde van de staart is kenmerkend, het zogenaamde
wolvenpatroon.
Reuen zijn tussen de 58 tot 63 cm hoog en
de teven 53 tot 58 cm. Het gewicht bedraagt rond de 20 kg.
Brond internet. In@ |