Kuvasz

De oorsprong van de witte Herdershonden ligt, volgens de deskundigen, in Azië. De één denkt dat ze meegekomen zijn naar Europa met de Tartaren, anderen geloven dat ze met de Phoenicirs of de Grieken uit de kolonies rond de Middellandse Zee zijn gekomen.

Ook de Romeinen die terug keerden van expedities uit Azië kunnen deze honden hebben meegenomen.

 

De naam KU-AS-SA kwam echter al 3000 jaar voor Chr. voor op kleitabletten geschreven in spijkerschrift, waarbij aangenomen mag worden dat het gaat om de KUVASZ.

 

De verspreiding van het ras vond vooral plaats in de jaren 955 tot 890 voor Chr. toen de Magyaren, begeleid door hun honden, in een nomaden bestaan door geheel Europa trokken.

De grootste vijanden van de rondtrekkende herders en hun kuddes waren wolven en dieven.

Om de kudde te beschermen tegen deze indringers, werden de honden ingezet. Omdat de wolven hoofdzakelijk 's nachts aanvielen ging de voorkeur uit naar "witte of heel licht creme" gekleurde honden, zodat de herder -bij de hulpverlening- zijn hond van de wolven kon onderscheiden.

 

De dikke witte vacht met veel onderwol, zorgde er tevens voor dat de dieren optimaal aangekleed waren voor een buitenleven onder alle weersomstandigheden.

Om zijn werk goed te kunnen doen moest de Kuvasz beschikken over een goede neus en een krachtig gebit. Hij moest bereid zijn om aan te vallen en een nooit falende moed bezitten.

Zijn lichaam moest gehard en sterk zijn en zwaar bespierd. Om de bespiering te trainen gebruikten de herders lappen vlees die zo hoog aan een paal werden bevestigd, dat een hond er net bij kon. Al rukkend en trekkend werden zo de nek-, rug- en achterhandspieren en het gebit getraind tot een optimale conditie.

 

Zijn maat en lichaamsbouw is er op berekend de strijd met de wolf te winnen door kracht, behendigheid en snelheid. Trouwens niet alleen als bewaker en verdediger was de Kuvasz inzetbaar, maar ook bij de jacht op wolven, herten en wilde zwijnen bleek hij z'n "mannetje" te staan.

Door de drooglegging van de moerasgebieden, veranderde de leefwijze van de Hongaren totaal. Er werd meer en meer overgegaan op de landbouw en de veeteelt zoals wij die tegenwoordig kennen.

Het "houden van kudden" ging langzaam maar zeker verloren, maar de taak van verdediger en bewaker bleef, al werden de grenzen nu verlegd van de open vlakten, naar het om de boerderij gelegen erf en landerijen.

Geen nieuwe taak voor de Kuvasz, want Koning Matthias Corvinus (1458-1490) vertrouwde -in een tijd vol oorlogen en hofintriges, al volkomen op de bescherming van zijn honden. Mede daardoor is het ras geruime tijd populair geweest bij edelen en andere hooggeplaatste lieden als onomkoopbare bewaker.

De Kuvasz van vandaag moet -na eeuwen van selectie op moed, kracht en gehardheid- nog steeds aan deze eisen voldoen. De Kuvasz moet -volgens de standaard- een vrolijk, levendig temperament hebben en mag niet nerveus zijn; maar dat betekent niet dat hij zijn zelfstandigheid heeft verloren en een vriendelijke allemans hond is geworden.

In tegendeel.... een Kuvasz is een zelfstandige hond, die niet klakkeloos uitvoert wat wij mensen van hem vragen. Hij weet -in noodgevallen- instinctief wat hem te doen staat en zal daar dan ook naar handelen.

Toch kan een Kuvasz -als wij bereid zijn rekening te houden met zijn natuurtalenten" uitstekend als huishond functioneren.

Hij zal vrij snel doorhebben wat de baas -als leider van het roedel- wel en niet goed vindt, al zal hij onzinnige commando's aan z'n laars lappen.

Het opvoeden van een Kuvasz vraagt geduld en een consequente leiding. Veel trucjes die bij andere honden uitstekend werken heeft hij zo door en als hij geen zin heeft een opdracht uit te voeren zal hij dat ook zeker niet doen. Een Kuvasz laat zich hooguit overhalen, maar zeker niet dwingen en met straffen wordt het tegendeel bereikt.

Wordt hij niet eerlijk behandeld of zelfs mishandeld, dan zal iedere hond, maar zeker deze zelfstandige witte zich agressief opstellen. Is het karakter van een Kuvasz eenmaal verknald dan komt het slechts zelden weer goed.

Door zijn formaat vraagt hij behoorlijk wat beweging, maar zal als hij die krijgt een prettige kameraad zijn, die spontaan en instinctief erf, huis en roedelgenoten zal bewaken en indien nodig beschermen.

De Kuvasz wordt omschreven als "zeer geduldig en lief met kinderen", maar dat slaat vooral op de eigen kinderen die tot het roedel behoren. Vreemde kinderen behoren niet tot het roedel en zullen -zeker als er wilde spelletjes worden gespeeld, argwanend worden benaderd. Vergeet ook nooit, dat zelfs de meest vriendelijke hond tot uitvallen kan worden getreiterd, dus leer eerst de kinderen met honden om te gaan!

De Kuvasz is een hond met een aantrekkelijk en imposant uiterlijk.

Een reu heeft een schouderhoogte van 71-75 cm en de teef 66-70 cm. Dus voor een hond van dit formaat moeten we wel over enige ruimte beschikken. Op een tweekamerflatje is hij al gauw een "sta in de weg" en bovendien kan hij op zo'n beperkte ruimte, zijn energie en werklust niet kwijt. Zijn dikke witte vacht brengt de nodige haren met zich mee, regelmatig borstelen zal dan ook noodzakelijk zijn.

 

Als mensen die een Kuvasz willen aanschaffen al deze punten in overweging nemen en bereid zijn rekening te houden met de maat, de werklust en zijn vaak wat eigenzinnig karakter, dan zal blijken dat een Kuvasz een aanwinst is voor het gehele gezin.

 

(C)Tekst In@ Peters-Boltjes.                                                                                                                  

   naar boven