| |
De
verspreiding van het ras vond vooral plaats in de jaren 955 tot 890
voor Chr. toen de Magyaren, begeleid door hun honden, in een nomaden
bestaan door geheel Europa trokken.
De
grootste vijanden van de rondtrekkende herders en hun kuddes waren
wolven en dieven.
Om
de kudde te beschermen tegen deze indringers, werden de honden
ingezet. Omdat de wolven hoofdzakelijk 's nachts aanvielen ging de
voorkeur uit naar "witte of heel licht creme" gekleurde
honden, zodat de herder -bij de hulpverlening- zijn hond van de
wolven kon onderscheiden.
De
dikke witte vacht met veel onderwol, zorgde er tevens voor dat de
dieren optimaal aangekleed waren voor een buitenleven onder
alle weersomstandigheden.
Om
zijn werk goed te kunnen doen moest de Kuvasz beschikken over een
goede neus en een krachtig gebit. Hij
moest bereid zijn om aan te vallen en een nooit falende
moed bezitten.
Zijn
lichaam moest gehard en sterk zijn en zwaar bespierd. Om
de bespiering te trainen gebruikten de herders lappen vlees die zo
hoog aan een paal werden bevestigd, dat een hond er net bij kon. Al
rukkend en trekkend werden zo de nek-, rug- en achterhandspieren en
het gebit getraind tot een optimale conditie.
Zijn
maat en lichaamsbouw is er op berekend de strijd met de wolf te
winnen door kracht, behendigheid en snelheid. Trouwens
niet alleen als bewaker en verdediger was de Kuvasz inzetbaar, maar
ook bij de jacht op wolven, herten en wilde zwijnen bleek hij z'n
"mannetje" te staan.
Door
de drooglegging van de moerasgebieden, veranderde de leefwijze van
de Hongaren totaal. Er werd meer en meer overgegaan op de landbouw
en de veeteelt zoals wij die tegenwoordig kennen.
Het
"houden van kudden" ging langzaam maar zeker verloren,
maar de taak van verdediger en bewaker bleef, al werden de grenzen
nu verlegd van de open vlakten, naar het om de boerderij gelegen erf
en landerijen.
Geen
nieuwe taak voor de Kuvasz, want Koning Matthias Corvinus
(1458-1490) vertrouwde -in een tijd vol oorlogen en hofintriges, al
volkomen op de bescherming van zijn honden. Mede daardoor is het ras
geruime tijd populair geweest bij edelen en andere hooggeplaatste
lieden als onomkoopbare bewaker.
De
Kuvasz van vandaag moet -na eeuwen van selectie op moed, kracht en
gehardheid- nog steeds aan deze eisen voldoen. De Kuvasz moet
-volgens de standaard- een vrolijk, levendig temperament hebben en
mag niet nerveus zijn; maar dat betekent niet dat hij zijn
zelfstandigheid heeft verloren en een vriendelijke allemans hond is
geworden.
In
tegendeel.... een Kuvasz is een zelfstandige hond, die niet
klakkeloos uitvoert wat wij mensen van hem vragen. Hij
weet -in noodgevallen- instinctief wat hem te doen staat en zal daar
dan ook naar handelen.
Toch
kan een Kuvasz -als wij bereid zijn rekening te houden met zijn
natuurtalenten" uitstekend als huishond functioneren.
Hij
zal vrij snel doorhebben wat de baas -als leider van het roedel- wel
en niet goed vindt, al zal hij onzinnige commando's aan z'n laars
lappen.
Het
opvoeden van een Kuvasz vraagt geduld en een consequente leiding.
Veel trucjes die bij andere honden uitstekend werken heeft hij zo
door en als hij geen zin heeft een opdracht uit te voeren zal hij
dat ook zeker niet doen. Een Kuvasz laat zich hooguit overhalen,
maar zeker niet dwingen en met straffen wordt het tegendeel bereikt.
Wordt
hij niet eerlijk behandeld of zelfs mishandeld, dan zal iedere hond,
maar zeker deze zelfstandige witte zich agressief opstellen. Is het
karakter van een Kuvasz eenmaal verknald dan komt het slechts zelden
weer goed.
Door
zijn formaat vraagt hij behoorlijk wat beweging, maar zal als hij
die krijgt een prettige kameraad zijn, die spontaan en instinctief
erf, huis en roedelgenoten zal bewaken en indien nodig beschermen.
De
Kuvasz wordt omschreven als "zeer geduldig en lief met
kinderen", maar dat slaat vooral op de eigen kinderen die tot
het roedel behoren. Vreemde kinderen behoren niet tot het roedel en
zullen -zeker als er wilde spelletjes worden gespeeld, argwanend
worden benaderd. Vergeet ook nooit, dat zelfs de meest vriendelijke
hond tot uitvallen kan worden getreiterd, dus leer eerst de kinderen
met honden om te gaan!
De
Kuvasz is een hond met een aantrekkelijk en imposant uiterlijk.
Een
reu heeft een schouderhoogte van 71-75 cm en de teef 66-70 cm. Dus
voor een hond van dit formaat moeten we wel over enige ruimte
beschikken. Op een tweekamerflatje is hij al gauw een "sta in
de weg" en bovendien kan hij op zo'n beperkte ruimte, zijn
energie en werklust niet kwijt. Zijn dikke witte vacht brengt de
nodige haren met zich mee, regelmatig borstelen zal dan ook
noodzakelijk zijn.
Als
mensen die een Kuvasz willen aanschaffen al deze punten in
overweging nemen en bereid zijn rekening te houden met de maat, de
werklust en zijn vaak wat eigenzinnig karakter, dan zal blijken dat
een Kuvasz een aanwinst is voor het gehele gezin.
(C)Tekst
In@ Peters-Boltjes. |