Berghond van de Maremmen

   

CANE DA PASTORE MAREMMANO ABRUZZESE

 

De historische functie van de Berghond van de Maremmen is het verdedigen van de kudde tegen de wolf, de meest gevreesde vijand van de herders. De afstamming moet gezocht worden bij de herders uit de Italiaanse Abruzzen. Zij hebben in het hoge en onherbergzame gebied van de Appenijnen, het hoeden van schapen en alles wat daarmee verband houdt, weten te ontwikkelen tot een ware wetenschap, waar de Berghond een duidelijke taak in heeft.

 

Gedurende de zomerperiode verblijven de kudden tussen de 1500 en 2000 meter boven de zeespiegel op de weidegronden boven de grenslijn van de berkenbossen. Tegen deze achtergrond wordt de natuurlijke schoonheid van de Maremma als het ware nog eens extra benadrukt. Tijdens de zomer maanden, kunnen we de honden tegenkomen op de bergweiden van de Abruzzen in de provincies l'Aquila en Teramo, rond stadjes als Castel del Monte, Pietracamela, S. Eufemia, Campotosto ect.

 

 

 Voor de liefhebber is het een machtig schouwspel de honden met hun puur witte vacht- tegen het groen van de onafzienbare weidegronden te zien werken.

Tegen de herfst kan de kudde niet langer in de bergen blijven, omdat tijdens de winter de weides onder gesneeuwd zijn en de schapen er geen voedsel meer vinden. Dan gaat men op weg naar het gematigde klimaat van de kuststreek "de Maremme". De winterweiden liggen voornamelijk in het noorden van Puglie en in het bovenste gedeelte van de vallei "de Tiber". Tegenwoordig worden de schapen per vrachtwagen vervoerd, maar zo'n 50 jaar geleden gebeurde dit nog te voet. Het was een "prachtig" gezicht de vele duizenden schapen over de honderden kilometers lange weg, van zomerweide naar winterweide, te zien trekken.

 

Om zijn taak naar behoren te kunnen vol brengen moet de Berghond van de Maremmen over enkele specifieke eigenschappen beschikken. Ten eerste moet hij zich "betrokken voelen" bij de kudde, hij moet absoluut betrouwbaar zijn en mag niet agressief zijn tegen schapen. Het kan gebeuren dat de herder de kudde alleen moet laten en dan moet hij natuurlijk de zekerheid hebben dat tijdens zijn afwezigheid alles onder contrôle blijft. Dit betekent dat de hond bij de kudde moet blijven, hij mag niet gaan zwerven of de schapen aanvallen. Berekend zijn voor deze taak is één van de specifieke kenmerken van de Berghond van de Maremmen.

 

Ook de verdediging van de kudde is belangrijk. De aandacht van het dier moet voortdurend gespannen zijn, om elk mogelijk gevaar op tijd te herkennen en te voorkomen. Indien mogelijk zal de Herdershond zich op een verhoging van het terrein plaatsen om het "geheel" beter te kunnen overzien. De slaperige indruk die de honden soms maken is maar schijn, want het dier ziet echt alles wat er rondom hem gebeurd. De Maremma heeft -mede dankzij zijn dichte witte vacht- een enorme weerstand tegen weersinvloeden en tegen ziekten. In het "herdersleven" heeft "de natuur" het voor het zeggen; geen verzorging, geen medicijnen, geen dierenarts. Hier geldt het recht van de sterkste, of het dier weet op eigen kracht een ziekte te overwinnen, of hij gaat er aan ten onder.

Op die manier gezien, lijkt het leven van een Herdershond hard, maar er staat tegenover dat het dier een zelfstandig en vrij leven kan leiden in een omgeving die voor hem het meest geschikt is. En laten we eerlijk zijn, er zijn nog maar weinig honden die het bestaan leiden waar ze oorspronkelijk voor bestemd waren. De meeste honden slijten hun leven binnenshuis, binnen de "enge grenzen" van een klein tuintje.

 

De totale vrijheid die een Herdershond geniet, geeft het dier de mogelijkheid zich sociaal te ontwikkelen en op die manier een "gezonde" meute te vormen, want een Maremma wordt nooit alleen gebruikt. Elke herder heeft de beschikking over tenminste twee, maar meestal drie of meer honden. Een herder bezit zowel reuen als teven, want hoewel de reu moediger en krachtiger is, de teven zijn beslist waakzamer.

Het lijkt er op dat de Maremma zijn hele activiteit benut voor het bewaken van de kudde, maar toch heeft hij wel degelijk ook "contact" met zijn beschermelingen.

 

Dit aspect is niet zo duidelijk zichtbaar, maar hij voelt zich ten zeerste betrokken bij zijn schapen. Als er toevallig een "vreemd schaap" in de kudde terecht komt, haalt de hond hem er direct uit, want hij kent zijn schapen één voor één. Ook de schapen zelf herkennen en hechten zich aan hun beschermers en worden onrustig in de nabijheid van een hond van een andere kudde. De Maremma weet wat het betekend een Herdershond te zijn en heeft zich -binnen zijn eigen kunnen- daar volkomen aan aangepast.

Uit dit alles blijkt dat de Maremma een onafhankelijk karakter heeft en zich niet wenst te onderwerpen aan welke vorm van africhting dan ook. Niet dat hij dom is, verre van dat, hij begrijpt duidelijk wat men van hem verlangt, maar weigert eenvoudig simpele en herhaaldelijk terugkerende oefeningen uit te voeren, die in wezen niets anders zijn dan een zwakke afspiegeling van de werkelijkheid en hebben voor hem zodoende geen enkele betekenis. Het is al heel wat als de hond "bereid is" een aantal bevelen op te volgen die we hem, met veel geduld en moeite, hebben geprobeerd bij te brengen. Dit neemt niet weg, dat hij toch juist weet te handelen als dat nodig mocht zijn.

 

Mensen die een Maremma willen hebben, moeten terdege het karakter van deze honden begrijpen. Het is een tamelijk "gesloten" dier, niet uitbundig aanhankelijk, maar zich sterk hechtend aan de baas als die op de juiste manier met hem om gaat. De Maremma duldt geen overheersing. Het onafhankelijke karakter van dit dier heeft een "levensruimte" nodig, die wij het dier niet kunnen of mogen ontzeggen. Wie een Maremma neemt, moet dus wel weten waar hij aan begint.

 

Tekst:  In@ Peters-Boltjes                                                                                                                          

    naar boven