De
verspreiding van de drie rassen vond vooral plaats in de jaren 955
tot 890 voor Chr., toen de Magyaren met hun kuddes en honden -in een
nomaden bestaan- door geheel Europa trokken.
Voor
het hoeden van de kuddes, werden de kleine, actieve, waakzame honden
ingezet, terwijl voor de bescherming van de kudde de grotere
verdedigingshonden werden gebruikt.
De
grootste vijanden van de rondtrekkende herders en hun kuddes waren,
wolven en dieven. Omdat de wolven hoofdzakelijk 's nachts aanvielen
ging de voorkeur voor de verdedigingshonden uit naar de
"licht" gekleurde honden, zodat de herder -bij de hulp
verlening- zijn hond van de wolven kon onderscheiden.
Voor
de kleinere hoeder en waker, de Puli, was de kleur minder
belangrijk.
Het
was niet de bedoeling dat hij zich eveneens in de strijd zou werpen.
Het
was zijn taak om 's nachts met veel "heisa en kabaal"
duidelijk te maken dat een indringer de kudde naderde of dat er
gevaar dreigde. Hij moest de herder en de dommelende verdedigers
wakker maken als er werk aan de winkel was.
Terwijl
de Herder en zijn verdedigingshonden zich bezig hielden met de
vijand, zorgde de Puli ervoor dat de kudde bij elkaar bleef en er
niet in paniek van door ging. Al happend, duwend, blaffend en
corrigerend, dreef hij de kudde bij elkaar, of bij het strijdgewoel
vandaan naar veiliger oorden.
Ook
overdag had de Puli een drukke baan, want als de kudde in beweging
was, ging er altijd wel iets of iemand de verkeerde kant uit.
Waakzaam en alert, werd de afdwaler onmiddellijk gesignaleerd en
gecorrigeerd. Onvermoeibaar rennend, met z'n typische, korte
dribbelpasjes, zorgde hij ervoor, dat iedere uitbreker snel weer
naar de groep werd gedreven.
Zelfs
eigenwijze stieren in een runderenkudde, zagen geen kans om onder
het gezag van deze rappe viervoeter uit te komen. Boos gedreig of
uitvallen met horens of hoeven, zetten ook geen zoden aan de dijk,
want met zijn behendig en wendbaar lichaam was de Puli ze veel te
snel af.
De
Puli hield niet alleen van werken, maar was ook erg verknocht aan
zijn herder. Volgens de verhalen vond hij het heerlijk om 's avonds
-als de kudde tot rust was gekomen- gezellig bij de herder onder
zijn jas te kruipen, om van daaruit de zaak "door een
kiertje" in de gaten te houden.
Niet
dat hij de extra warmte nodig had, integendeel, want zijn dikke
vervilte vacht, zorgde ervoor dat hij goed beschermd was, tegen alle
weersomstandigheden.
De
hedendaagse Puli is niet veel veranderd, eigenlijk is hij nog steeds
hetzelfde hondje. Waakzaam en druk in de weer en hij kan het nog
steeds niet uit staan als iemand op eigen initiatief aan de kuier
gaat.
Hij
zal onmiddellijk proberen daar al draaiend, duwend en blaffend,
verandering in te brengen.
Zijn
"viltjesvacht" was vroeger door het schuren langs bomen en
struiken, korter en lag meer in plukken tegen het lichaam.
Tegenwoordig worden de mooie dikke, lange koorden, de z.g.
dreadlocks, handmatig uit elkaar getrokken, er komt geen kam of
borstel aan te pas.
De
grovere dekharen en fijnere onderwol, vervilten van nature, als ze
in de juiste verhouding aanwezig zijn. De kleuren zijn zwart en
allerlei schakeringen grijs en wit, waarbij over de zwarte vacht
vaak een roodbruine gloed ligt.
De
Puli is geen grote hond, gemiddeld 40 cm. Het is echter een hele
compacte en gespierde hond en door zijn dikke, vervilte vacht lijkt
hij groter en breder dan hij in werkelijkheid is. De dikke koorden
komen voor over het gehele lichaam, waardoor het soms moeilijk is om
de voor- en achterkant te onderscheiden. Om te voorkomen dat hij
gaat stinken worden onder zijn staart regelmatig de eventuele
restanten verwijderd.
De
Puli is een zeer levendige, speelse en intelligente hond die heel
goed als huishond functioneert, mits we hem de nodige
bewegingsruimte geven.
Hij
vindt het heerlijk om te werken en wil ook best iets voor z'n baas
doen, maar volgt niet klakkeloos commando's op. Als hij het beter
denkt te weten, zal hij er op z'n eigen clowneske wijze een
draai aan geven.
Door
zijn "leidinggevende functie" in het verleden, zal hij
proberen ons -af en toe- het leiderschap af te nemen en dan kan hij
behoorlijk eigenwijs zijn.
Door
geduldig en consequent te zijn, zal de verstandhouding tussen baas
en hond echter snel zijn gecorrigeerd, vooral als we hem betrekken
bij onze dagelijkse bezigheden.
Al
geeft zijn bewakingsdrift soms problemen, toch kan een Puli heel
lief zijn voor kinderen, mits de kinderen hebben geleerd hoe ze met
een hond om moeten gaan. Kinderen schrikken soms van het geblaf
waarmee ze worden begroet. Wegrennende kinderen zijn voor de Puli
natuurlijk een rechtstreekse uitnodiging om ze weer bij elkaar te
drijven.
Als
echte herdershond blijft hij dagelijks zijn kuddewerk verrichten
en daarvoor zal hij dan ook de gehele dag achter U aandreutelen. Hij
is niet van plan om U uit het oog te verliezen en zal er vreselijk
veel moeite mee hebben als hij op een plek moet blijven waar hij
niet alles kan overzien. Mag hij echter ieder lid van de roedel -met
hart en ziel- bewaken dan is hij de liefste, trouwste en slimste
kameraad die men zich kan wensen.