Pumi en Mudi.

De Pumi is een typisch Herdershondje, alert, levendig, dapper en rumoerig. Al zijn voorvaderen hebben duidelijk hun eigen specifieke kenmerken bijgedragen aan dit energieke, opgewekte brokje leven.

Er bestaat over de oorsprong van de Pumi meer dan één versie, maar aangenomen mag worden dat de oorspronkelijke afstamming parallel loopt aan de geschiedenis van de Hongaarse Herdershonden met vervilte vacht, met als basis ingrediënt de Puli.

Het zijn vooral de Magyaren geweest die in hun nomaden bestaan voor de verspreiding van allerlei werkhonden door Europa hebben gezorgd.

De kruisingen door de jaren heen, vormen de grondslag voor de inmiddels bekende rassen en hun varianten. Waarbij de grote honden speciaal werden gefokt om de herder en zijn rondtrekkende kudde te beschermen en te verdedigen, terwijl de wat kleinere honden werden gebruikt voor het hoed- en alarmwerk.

De Pumi zou volgens de geschiedenis, naast de Puli, ook nog de uit Pommeren afkomstige werkhonden met een Keesachtig uiterlijk in zijn stamboom hebben staan. Niet onwaarschijnlijk, want een rumoerig karakter en een doldrieste dapperheid is ook een Keeshond niet vreemd.

Met de import van schapen -in de 17de eeuw- vanuit Pommeren en Frankrijk naar Hongarije kwamen niet alleen deze Keeshonden mee, maar ook-op Briard lijkende Herdershonden en hondjes met een warrelige, maar niet vervilte vacht. Aangenomen wordt dat de Pumi zijn huidige jas van deze honden heeft geërfd.

Bekend is dat Puli-achtige hondjes tussen de 16de en 18de eeuw werden ingezet voor de jacht in het moeras als eendenspecialist. Om de honden fanatieker, vasthoudender en harder te maken voor dit werk, werd er Terrier in gekruist. Evenals de Kees uit die tijd zal ook de Terrier er wel anders uit hebben gezien dan we nu gewend zijn, maar het karakter van de Pumi doet duidelijk aan een Terrier denken, evenals zijn tipoor. Zijn vasthoudende aard en onverdroten moed heeft hem in sommige dialecten zelfs de naam Herderterrier bezorgd.

 

Omdat de wolven hoofdzakelijk 's nachts aanvielen, ging de voorkeur voor de verdedigingshonden uit naar honden met lichtgekleurde vachten, zodat de herder zijn hond van de wolven kon onderscheiden. Voor de kleinere honden was de kleur minder belangrijk, omdat het niet de bedoeling was dat zij zich met het verdedigingswerk gingen bemoeien.

 

Al snel bleek echter dat de Pumi het gevecht niet uit de weg ging, al was zijn prooi wel iets kleiner dan de wolf, toch heeft hij menig knaagdier en klein roofwild buitenspel gezet of gedood.

Al deze oorspronkelijke werkselecties vinden we nog steeds terug in de Pumi.

Als Herder is hij waakzaam en zal proberen de groep bij elkaar te houden, door er met snelle, korte, driftige pasjes om heen te marcheren. De Kees in hem zal onmiddellijk met veel bombarie aangeven als er iets of iemand in de buurt komt die als vreemde bestempeld moet worden, en het stukje Terrier deinst er absoluut niet voor terug om de zogenaamde vijand zelf te verjagen.

Ondanks zijn "middelmaat" van 35-44 cm. (12-15 kg.) is hij zo moedig als een leeuw. Geen wonder dat hij de ideale hoeder was voor "knorrige varkens" en "hardleerse runderen".

 

De Pumi is vierkant gebouwd en heeft echt een kwajongens uiterlijk. Zijn halflange warrelige vacht moet éénkleurig zijn, waarbij grijs of leikleurig het meest voorkomt, maar ook zwart, wit en roodachtig mag. De diepe pigmentatie van de slijmvliezen, de helderrode tong, de tip-oren en de stralende ogen versterken de sprankelende indruk in optima forma.

 

Heel zijn uiterlijk straalt levenslust uit. Het is een energiek, opgewonden "standje" die het haat om werkeloos bij de kachel te moeten liggen. Als hij echter voldoende "speelruimte" krijgt om zijn overmatige energie kwijt te kunnen en -door een consequente opvoeding- heeft geleerd wat de regels zijn, is de Pumi een heerlijk, speels en makkelijk te onderhouden hondje.

Bovendien weet hij zich uitstekend te gedragen tegenover soortgenoten en voor kinderen is hij een prima kameraadje.

 

Mudi.

Dat de geschiedenis van de Mudi gelijk is aan het verhaal van de Pumi zal niemand verbazen. Ook de Mudi is een produkt van de vele kruisingen die zijn gedaan ter verbetering en uitbreiding van de bruikbare werkcapaciteit. Het werk van de Mudi is gelijk aan dat van de Pumi d.w.z. dat ook de Mudi kan hoeden, waken, en verdedigen. Door zijn oneindige durf en moed werd hij ook ingezet bij de jacht op wilde zwijnen.

Uiterlijk verschilt de Mudi wel degelijk van de Pumi. Het lichaam is gestrekt met goede hoekingen waardoor een soepel, ruim, snel en wendbaar gangwerk mogelijk is. De maat is 35-47 cm. met een gewicht van 8-13 kg. Toegestane kleuren zijn zwart en wit of gestroomd, maar ook: zwart met witte vlekken of: wit met zwarte platen, waarbij de poten de kleur moeten hebben van de grondkleur van de romp.

Het hoofd en de poten zijn bedekt met dicht, kort haar. Op het lichaam is het haar 5-7 cm lang, wat krullerig en golvend met hier en daar een bosje of plukje, maar nooit verviltend. De Mudi draagt zijn oren gespitst en ofschoon dat geen garantie is voor beter horen, toch ontgaat de Mudi niets en dat zal hij U ook laten weten. Hij is waakzaam en alert en wil graag iets ondernemen. Kunnen we hem dat plezier doen, dan zal ook de Mudi uitstekend gezelschap blijken te zijn.  

 

(C) Tekst: In@ Peters-Boltjes.                                                                                                  

   naar boven