|
De kruisingen door de jaren heen, vormen
de grondslag voor de inmiddels bekende rassen en hun varianten.
Waarbij de grote honden speciaal werden gefokt om de herder en zijn
rondtrekkende kudde te beschermen en te verdedigen, terwijl de wat
kleinere honden werden gebruikt voor het hoed- en alarmwerk.
De Pumi zou volgens de geschiedenis,
naast de Puli, ook nog de uit Pommeren afkomstige werkhonden met een
Keesachtig uiterlijk in zijn stamboom hebben staan. Niet
onwaarschijnlijk, want een rumoerig karakter en een doldrieste
dapperheid is ook een Keeshond niet vreemd.
Met de import van schapen -in de 17de
eeuw- vanuit Pommeren en Frankrijk naar Hongarije kwamen niet alleen
deze Keeshonden mee, maar ook-op Briard lijkende Herdershonden en
hondjes met een warrelige, maar niet vervilte vacht. Aangenomen
wordt dat de Pumi zijn huidige jas van deze honden heeft geërfd.
Bekend is dat Puli-achtige hondjes tussen
de 16de en 18de eeuw werden ingezet voor de jacht in het moeras als
eendenspecialist. Om de honden fanatieker, vasthoudender en harder
te maken voor dit werk, werd er Terrier in gekruist. Evenals de Kees
uit die tijd zal ook de Terrier er wel anders uit hebben gezien dan
we nu gewend zijn, maar het karakter van de Pumi doet duidelijk aan
een Terrier denken, evenals zijn tipoor. Zijn vasthoudende aard en
onverdroten moed heeft hem in sommige dialecten zelfs de naam
Herderterrier
bezorgd.
Omdat de wolven hoofdzakelijk 's nachts
aanvielen, ging de voorkeur voor de verdedigingshonden uit naar
honden met lichtgekleurde vachten, zodat de herder zijn hond van de
wolven kon onderscheiden. Voor de kleinere honden was de kleur
minder belangrijk, omdat het niet de bedoeling was dat zij zich met
het verdedigingswerk gingen bemoeien.
Al snel bleek echter dat de Pumi het
gevecht niet uit de weg ging, al was zijn prooi wel iets kleiner dan
de wolf, toch heeft hij menig knaagdier en klein roofwild buitenspel
gezet of gedood.
Al deze oorspronkelijke werkselecties
vinden we nog steeds terug in de Pumi.
Als Herder is hij waakzaam en zal
proberen de groep bij elkaar te houden, door er met snelle, korte,
driftige pasjes om heen te marcheren. De Kees in hem zal
onmiddellijk met veel bombarie
aangeven als er iets of iemand in de buurt komt die als vreemde
bestempeld moet worden, en het stukje Terrier deinst er absoluut
niet voor terug om de zogenaamde vijand zelf te verjagen.
Ondanks zijn "middelmaat" van 35-44 cm.
(12-15 kg.) is hij zo moedig als een leeuw. Geen wonder dat hij de
ideale hoeder was voor "knorrige varkens" en "hardleerse runderen".
De Pumi is vierkant gebouwd en heeft echt
een kwajongens uiterlijk. Zijn halflange warrelige vacht moet
éénkleurig zijn, waarbij grijs of leikleurig het meest voorkomt,
maar ook zwart, wit en roodachtig mag. De diepe pigmentatie van de
slijmvliezen, de helderrode tong, de tip-oren en de stralende ogen
versterken de sprankelende indruk in optima forma.
Heel zijn uiterlijk straalt levenslust
uit. Het is een energiek, opgewonden "standje" die het haat om
werkeloos bij de kachel te moeten liggen. Als hij echter voldoende
"speelruimte" krijgt om zijn overmatige energie kwijt te kunnen en
-door een consequente opvoeding- heeft geleerd wat de regels zijn,
is de Pumi een heerlijk, speels en makkelijk te onderhouden hondje.
Bovendien weet hij zich uitstekend te
gedragen tegenover soortgenoten en voor kinderen is hij een prima
kameraadje.
| Mudi.
Dat de geschiedenis van de Mudi
gelijk is aan het verhaal van de Pumi zal niemand verbazen.
Ook de Mudi is een produkt van de vele kruisingen die zijn
gedaan ter verbetering en uitbreiding van de bruikbare
werkcapaciteit. Het werk van de Mudi is gelijk aan dat van
de Pumi d.w.z. dat ook de Mudi kan hoeden, waken, en
verdedigen. Door zijn oneindige durf en moed werd hij ook
ingezet bij de jacht op wilde zwijnen.
Uiterlijk verschilt de Mudi wel degelijk
van de Pumi. Het lichaam is gestrekt met goede hoekingen waardoor
een soepel, ruim, snel en wendbaar gangwerk mogelijk is. De maat is
35-47 cm. met een gewicht van 8-13 kg. Toegestane kleuren zijn zwart
en wit of gestroomd, maar ook: zwart met witte vlekken of: wit met
zwarte platen, waarbij de poten de kleur moeten hebben van de
grondkleur van de romp.
|
 |
Het hoofd en de poten zijn bedekt met
dicht, kort haar. Op het lichaam is het haar 5-7 cm lang, wat
krullerig en golvend met hier en daar een bosje of plukje, maar
nooit verviltend. De Mudi draagt zijn oren gespitst en ofschoon dat
geen garantie is voor beter horen, toch ontgaat de Mudi niets en dat
zal hij U ook laten weten. Hij is waakzaam en alert en wil graag
iets ondernemen. Kunnen we hem dat plezier doen, dan zal ook de Mudi
uitstekend gezelschap blijken te zijn.
(C) Tekst: In@ Peters-Boltjes.
|