Samojeed

De Samojeed komt oorspronkelijk uit het Noordwesten van Siberië uit Sovjet Rusland. In het gebied tussen Jennissei en de Witte Zee, met de onafzienbare toendra's van sneeuw en ijs heeft oorspronkelijk de wieg gestaan van deze prachtige "witte".

 

De Samojeed is net zo mooi als de Midzomernachten en de Noorderzon uit zijn geboorteland. De hond is puur natuur, stralend wit, zelfverzekerd en trots en heeft een opmerkelijk sociaal karakter. De officiële naam van de Samojeed is: Laika Samojedskaja wat "hond van het Samojedenvolk" betekent. 

 

De Samojeden zijn nomaden die leven van de rendierfokkerij, de pelshandel en de visserij. Nomaden staan er om bekend dat ze nogal eens verhuizen, en ook de Samojeden vormen geen uitzondering op deze regel. Regelmatig laden ze hun hele hebben en houwen op de 80 cm. hoge lodka's (sleden), spannen er hun rendieren voor en trekken met hun complete gezin, familie en veestapel naar andere en betere oorden. Sinds mensenheugenis zijn honden mensen behulpzaam geweest bij allerlei klussen en taken. De Samojeed is een echte allround hulp. Hij is een uitstekende herder- en waakhond, maar ook jachthond en trekdier en hij bezit alle kwaliteiten die nodig zijn om deze verschillende werkzaamheden uit te voeren.

Als herdershond is hij in staat om de hele dag de kudde in de gaten te houden om te voorkomen dat er dieren aan de kuier gaan, en hij drijft zonder mankeren een uitbreker terug naar de groep. Als waakhond waarschuwt hij de Herder voor gevaar of gaat met hulp van roedelgenoten de vijand, meestal de wolf, zelf te lijf. Als jachthond is hij een uitstekende hulp bij het jagen op robben, vogels en klein wild, terwijl hij als trekdier voor de lichtere slee -alleen of in teamverband- een ijverig werker is.

Het spreekwoord "Eendracht maakt macht" is voor de Samojeed niets nieuws. Al eeuwen werken deze honden in roedelverband. De Samojeed kent dan ook als geen ander de "hondse rangorde regels", dat wil zeggen dat hij beslist wel eens zal proberen om "ranghoogste" te worden, maar lukt dat niet, omdat de baas net wat baziger blijkt of de andere hond net iets hoger, dan zal hij dat zonder morren accepteren en er zich naar gedragen. Juist door deze sociale instelling was de Samojeed uitermate bruikbaar voor Poolexpedities.

Een Samojeed is een hond met een "brede" natuurlijke aanleg. Zijn lichaamsbouw stelt hem in staat tot optimale resultaten, waarbij uithoudingsvermogen en conditie een grote rol spelen. Hij is een draver, dat betekent dat hij een ruim uitgrijpend en goed stuwend gangwerk moet hebben. Optimale hoekingen zijn dan ook een "must" voor deze werkhond. Het lichaam is net iets langer dan de hond hoog is. Als ideale maat wordt in de standaard voor de reu 57cm. en voor de teef 53cm. aangegeven, waarbij een speling van 3cm. zowel naar boven als naar beneden acceptabel is.

Dat de Samojeed een "trekker" is, is van het gehele lichaam af te lezen. Hij heeft een krachtige, stevige bouw. Zijn benen en voeten zijn recht, sterk en veerkrachtig. De rug is recht, lenig en soepel in de beweging, de borst diep en breed. De ellebogen liggen vlak tegen het lichaam aan en de lendenen zijn gevuld en sterk gespierd. De buiklijn is bijna vlak en de sprongen zijn laag geplaatst. Dat alles bij elkaar maakt een krachtige solide indruk, die benadrukt wordt door de dikke, uitstaande, witte vacht.

Dat de Samojeed een dikke, volle vacht heeft zal niemand verbazen, want het is verstandig goed gekleed te gaan in een land van sneeuw en ijs. Moeder natuur heeft hem dan ook gezegend met een zware en veerkrachtige jas met een uitstekende isolerende binnenvoering in de vorm van lekkere laag onderwol. Die onderwol is zo dicht, dat de 10 cm. lange dekharen die er doorheen groeien niet de kans krijgen te gaan hangen. De vacht heeft de kleur van sneeuw. Soms sneeuwwit, maar soms ook met een wat gelig of cremekleurig vlekje. Hoewel -door pigmentverlies- de neus nog wel eens leverkleurig wil zijn, is volgens de standaard voor neus, lippen en oogranden een diepzwarte pigmentatie gewenst. Het zwarte pigment en de iets "lacherig" opgetrokken mondhoeken zorgen voor een trotse, vriendelijke expressie. Zijn diepliggende, enigszins schuinstaande, donkere ogen, kijken levendig en geïnteresseerd de wereld in.

Hij is intelligent en werklustig en hij houdt van een arbeidzaam leven. Een Samojeed is dan ook geen hond die we moeten veroordelen tot levenslange opsluiting op een flat of in een huis zonder tuin, als we geen alternatieven hebben voor zijn werklust. Werken als sledehond -individueel of in teamverband- is een prima oplossing. Nederland kent diverse verenigingen op dit gebied. Ook zijn vacht zal er beter, voller en stralender uitzien als hij lekker buiten kan zijn. Bij de verwarming zal hij al snel zijn "onderwolletje" uitgooien, met het gevolg dat zijn vacht gaat hangen en uw huis vol ligt met witte haren. Helemaal "haarvrij" zal uw huis toch niet blijven, want al wordt een vacht optimaal verzorgt, de rui hoort erbij. Als huishond zal de Samojeed het U niet al te moeilijk maken want hij heeft wat we noemen "the will to please" en is redelijk gehoorzaam, al denkt hij in een eigenzinnige bui het weleens beter te weten. Hij is sociaal, heeft een goed aanpassingsvermogen en houdt van mensen. Voor kinderen is hij een uitstekende kameraad, mits de kinderen weten hoe ze om moeten gaan met deze stralende schoonheid, die in de wandeling Sam wordt genoemd.

Tekst: In@ Peters-Boltjes.                                                                                                                

  naar boven