De Shiba Inu.......

                  lenig en actief, trouw, vurig en vrolijk.

 

Karakter: De Shiba Inu is een rashond afkomstig uit Japan, valt onder de kleine rassen (tussen de 35 en 41cm schofthoogte) en behoort tot de Keesachtigen en oertypen (voorheen Kees en Poolhonden).

Hij heeft een echt oosters uiterlijk: een brede schedel, dikke wangen,

kleine driehoekige ogen die een beetje schuin staan en donker van kleur zijn en zijn oren zijn driehoekig en rechtopstaand.

De Shiba Inu maakt een statige indruk, beschikt over zelfvertrouwen en dat straalt hij ook uit.
 

De Shiba is niet dol op al te grote uitingen van sympathie.

Hij houdt van zijn mensen, maar dat toont hij door zijn kalme ononderbroken aanhankelijkheid, de rustige warme blik in zijn opmerkzame ogen en een zacht tikje met zijn neus. Omdat hij relatief rustig is, is hij ook geschikt als stadshond, eventueel zelfs met veel kinderen in huis.

Zelfs een ruwe knuffel vindt hij niet erg. Zolang het maar niet een helemaal vreemde betreft natuurlijk. Onbekende mensen en dieren, ook honden, treedt hij voorzichtig tegemoet, zelfs wantrouwend. (Uitzonderingen daargelaten). Buiten gaat hij vreemden uit de weg. Provoceer je hem, dan heb je hem tegen. Hij bewaakt zijn eigen omgeving en bewaakt die ook goed. Soms verheft hij zijn stem daarbij niet eens. Hij gromt dan wat, dreigt een beetje en ondanks zijn kleine formaat begrijpt iedereen meteen wat er aan de hand is.

Zijn werk is allround, maar het jagen op klein wild, vogels,muizen, ratten en mollen en zijn waakzaamheid, maken hem behalve als huishond geschikt als erfhond.

 

Algemeen: Een kleine, goedgevormde, compacte en gespierde hond. Hij wekt een naïeve indruk en vertoont mooie, snelle gangen. De schouderhoogte en de lengte van het lichaam verhouden zich als 10 : 11.

Hij is lenig en actief, trouw, vurig en vrolijk.
 

Hoofd: Het voorhoofd is breed. De wangen zijn goed ontwikkeld. De stop is duidelijk aangegeven met een lichte midden groef. De puntige snuit is niet te lang en niet te kort. Rechte neusrug, zwarte neus (vleeskleur is toegestaan bij een witte vacht). De lippen liggen strak aan.
 

Gebit: De tanden zijn stevig en sluiten goed scharend.
 

Oren: Klein. Driehoekig. Worden rechtop en licht naar voren gedragen.
 

Ogen: Tamelijk klein. Driehoekig. Staan goed uit elkaar. Donkerbruin van kleur.
 

Lichaam: De hals is zwaar en stevig. De schouders zijn goed ontwikkeld en liggen tamelijk schuin.

Diepe borst. De ribben zijn goed gerond.

Korte en rechte rug. De lendenen zijn breed en krachtig. De buik is licht opgetrokken.

Schouderhoogte: reuen 38 tot 41 cm, teven 35 tot 38 cm.
 

Benen: Van de voorbenen zijn de onderbenen recht. De ellebogen liggen dicht tegen het lichaam aan en de middenvoeten zijn iets schuin geplaatst. De achterbenen hebben lange dijen terwijl de onderbenen kort en goed ontwikkeld zijn. De sprong is goed gericht, stevig en veerkrachtig.
 

Voeten: De voorvoeten zijn rond, met goed aansluitende tenen.

De voetzolen van de voor- en achtervoeten zijn hard.

De nagels zijn hard en zwart.
 

Staart: Hoog aangezet. Opgerold in een krul. In lengte reikt hij tot aan de sprongen.
 

Bijzonderheden: Gangen: licht, levendig en krachtig.

 

Diskwalificerende fouten: monorchisme of cryptorchisme; niet-staande oren; een hangstaart of een korte staart.

Ernstige fouten: angst; extreem onder- of boven voorbijten

Lichte fouten: licht onder- of boven voorbijten; kleur van de neusspiegel niet in overeenstemming met de vachtkleur; lichte ogen. 

Ontvangen van: Francien Blitz-Rutten [francienblitz@gmail.com]

naar boven