De
selectie op kleur maakt dat ook nu nog bijna alle Berghonden wit
zijn, waarbij de aanwezigheid en toelaatbaarheid van "licht
gekleurde vlekken" per ras varieert. Voor de Cuvaç wenst men
een dikke, dubbele, witte vacht zonder gele vlekken. Behalve op het
hoofd en de benen is de vacht zeer overvloedig. De 5 tot 15 cm lange
dekharen golven luchtig over de kortere, dichte onderwol. Buik,
flanken en geslachtsdelen zijn extra behaard en de reuen hebben
bovendien een halskraag meegekregen.
Die
enorme hoeveelheid dicht haar is zeker geen overbodige luxe als we
kijken naar het sterk wisselende klimaat van het Karpatengebergte.
Dat
het karakter van een Cuvaç afstandelijk moet zijn is duidelijk,
want een waakhond die iedere vreemde gewoon toelaat of zelfs gaat
begroeten is de titel waakhond onwaardig.
De
goede neus van de Cuvaç is een prima hulp om het vertrouwde van het
"vreemde" in de omgeving te onderscheiden.
Eigen
mensen, kinderen en overige vierpotige roedelgenoten die hij van het
begin af aan kent, worden allen zonder problemen in het
"bewaakschema" opgenomen, maar onbekenden worden zeer
argwanend bekeken en met een dreigende houding op een afstand
gehouden. Een Cuvaç mag echter nooit "zomaar" tot de
aanval overgaan, agressiviteit is in dit ras een diskwalificerende
fout.
De
Cuvaç ligt bij voorkeur dag en nacht buiten. Hij overziet zijn
terrein graag vanaf een strategische, dus overzichtelijke plaats,
maar maakt ook graag wat tijd vrij om iets te ondernemen.
Hij
zit vol initiatief, is levendig en aanhankelijk.
Hij
speelt en werkt graag met zijn baas die hij "zo trouw als een
hondje adoreert", maar dat betekent niet dat hij zijn
zelfstandigheid heeft verloren. Een Cuvaç zal niet zonder meer
uitvoeren wat wij mensen van hem vragen. Hij weet wat hij wil en zal
daar dan ook naar willen handelen.
Met
geduld en een consequente opvoeding moet de baas deze vaak wat
eigenzinnige karaktertrekjes in goede banen leiden. Hoe mooi de
Cuvaç ook is met zijn forse, imposante, krachtige bouw en zijn
indrukwekkende volle, witte vacht, het is het karakter waar we
dagelijks mee moeten leven en dat moet passen in onze maatschappij.
Voor
een hond van dit formaat moeten we bovendien ook de ruimte hebben.
Op een flatje is hij niet alleen een "onhandig tapijtje",
hij kan er ook zijn energie en werklust niet kwijt en zal al gauw
tekenen van "flatneurose" vertonen als de baas geen kans
ziet er de nodige uren met hem op uit te trekken.
We
moeten ook incalculeren dat zijn mooie, witte vacht sporen zal
achterlaten op vloerbedekking en kleding. Regelmatig borstelen
helpt, al zal dat niet kunnen voorkomen dat hij wat haren verliest.
Kunnen we dit op de koop toenemen, dan zal begrip voor "de aard
van het beestje" en een dosis geduld voor het eigenzinnige
karakter, de juiste basis vormen voor een jarenlange
Cuvaçvriendschap.