De Tibetaanse Terriër

 

De Tibetaanse Terriër, ook bekend als Dhokhi Apso is een van de oudste rassen dat stamt uit de middeleeuwen en men zegt dat het ras al meer dan 2000 jaar bestaat.

Ze werden gehouden in het ruige terrein en klimaat in Tibet door nomaden voor herder, bewaking en andere diensten, maar niet als een Terriër voor de jacht op kleine dieren in de aarde.

Het ras Terriër is daarom onterecht en hij hoort meer bij het ras van de herdershond.

Door hun grootte en lenigheid konden ze in de berg gebieden van de Himalaya dienst doen waar grotere honden moeilijk konden komen.

 

Het kleinere formaat Lhasa Apso werd gehouden door de boeddhistische lamamonniken die in de geïsoleerde kloosters leefden als gezelschapshond, werden beschouwd als waardevolle gift en zou geluk brengen.

In 1930 is de Tibetaanse Terriër voor het eerst geïntroduceerd in Europa en Amerika als gezelschapshond. Tegenwoordig hoort het ras tot de Gezelschapshonden en niet tot de Terriërs.

 

 

Gedrag Deze kleine kameraad houdt van mensen. Tibetaanse Terriërs zijn levendig, uitgaand, vrolijk, moedig, waaks, attent, intelligent, vriendelijk en vredelievend. Ze kunnen goed met andere huisdieren omgaan zoals katten of konijnen. Ze doen graag alles mee met het gezin. Ze zijn graag bij kinderen, zijn dan niet kleinzerig en zullen nooit of zelden agressie vertonen. Vervelende situaties zullen ze mijden en laten zich zelden met vreemden in. Binnenshuis is de Tibetaanse Terriër een rustige hond en kan makkelijk uren voor de openhaard vertoeven. Als de Tibetaanse terriër erop getraind is kan hij prima overdag alleen zijn. Zeker als puppy is het belangrijk de hond af en toe een uurtje alleen te laten. Zijn blaf is uniek; het neemt in volume en toonhoogte toe naarmate hij langer blaft. Ze staan echter niet bekend als "keffers". Zijn uiterlijk kan de schijn hebben van een troeteldier, maar in zijn eigen beleving is hij een reuzenhond en gedraagt zich ook zo. Al is hij voor een herderachtige tamelijk klein van stuk, fysiek en psychisch gezien is het een sterke, stoere hond die vol bewegingsdrang zit. Hij heeft niets van het stereotype gedrag van een Terriër.

 

Zorg en opvoeding De Tibetaanse Terriër is makkelijk in opvoeding, houdt van rennen en verkennen en heeft daaglijkse beweging nodig in een veilige omgeving. Zijn beweging kan hij ook halen uit een middellange wandeling aan de riem of ravotten in de tuin. Hoewel hij geschikt is om buiten te leven in gematigd koude klimaten, is het meer een binnen of binnen/buiten hond. Hij is gevoelig voor stem intonatie en kan zeer goed luisteren. Hij is zachtaardig en dient ook zo opgevoed te worden, blijf echter altijd consequent. Zijn lange vacht moet één of twee keer per week voorzichtig geborsteld worden om klitten te voorkomen. Wacht je daarmee te lang dan kan de ondervacht gaan vervilten. Klitten en verviltingen kunnen makkelijk met bv. een Mars Coat King kammetje open gesneden en verwijderd worden.

 

Het uiterlijk


Lichaam

Het lichaam is gespierd en compact. De lengte van de schoudertop tot aan de staartaanzet is gelijk aan de schouderhoogte, dat het ras zijn typisch vierkant uiterlijk geeft.

Het lichaam dient goed geribd te zijn.

De lendenen zijn kort en licht gebogen.

De voorhand is dicht en zwaar behaard, de benen zijn recht en evenwijdig met een iets schuinstaand middenvoetsbeentje.

De achterhand is eveneens dicht en zwaar behaard, het kniegewricht dient goed gebogen te zijn met een laag geplaatst spronggewricht.

Schofthoogte tussen de 35,5 cm en 40,5, teefjes iets kleiner en het gewicht is tussen de 8 tot 14kg,

liefst tussen de 9,5 en 11 kg, maar ieder gewicht is acceptabel mits in verhouding tot de lengte.

De Tibetaanse terriër wordt gemiddeld 14 jaar oud.

 

Gangwerk Vlot, goed uitgrijpend, krachtig stuwend, bij het lopen of draven moeten voor en achterbenen een lijn vormen en mogen niet naar binnen of naar buiten draaien. De Tibetaan moet zich gemakkelijk kunnen bewegen zonder verspeelde energie, de beweging moet niet anders dan economisch, perfect gecoördineerd en krachtig zijn. Het laat een portret zien van een lenige hond die kan leven op de geboortegronden van zijn vaderland wat een voor dit ras uitzonderlijk kenmerk is.

 

Kop De kop is bescheiden met een krachtige snuit van gemiddelde lengte. De schedel is nocht plat noch rond. De ogen zijn groot, donker en staan iets uit elkaar. De oren zijn V-vormig, hangend en worden niet te dicht tegen het hoofd gedragen. Ze zijn dicht behaard en niet te groot.

De neus is altijd zwart ongeacht de kleur van de vacht.

 

Staart De staart is middellang, tamelijk hoog aangezet, flink behaard en wordt in een vrolijke krul over de rug gedragen.

 

Voeten Eén van de meest ongewone eigenschappen van de Tibetaanse Terriër is de brede platte en ronde voeten waarmee ze plat op de zool staan, zoals je niet bij een ander ras zal aantreffen. Die zijn ideaal in de sneeuw en gedragen zich als natuurlijke snowboots (sneeuw schoenen).

Ze zijn ook tussen de tenen en voetzolen zwaar behaard.

De achterpoten zijn iets langer dan normaal en goed bij het beklimmen van bergen.

 

Vacht De dubbele vacht is dik, met een warme wollige fijne ondervacht en lang harige bovenvacht (dekvacht) met een structuur als dat van mensenhaar. De (boven)vacht is fijn, hoort niet zijdeachtig (dun), wollig of krullend te zijn, maar golvend is acceptabel. De vacht is lang en dik, maar rijkt niet tot de grond zoals bij andere rassen als de Lhasa Apso of de Maltezer. Haar bedekt het gezicht en ogen, maar lange oogwimpers zorgen ervoor dat het haar niet in de ogen komt.

De Tibetaanse Terriër heeft een zeer goed gezichtsvermogen.

 

Kleur Alle kleuren behalve lever- of chocoladekleur zijn toegestaan zonder voorkeur.

Tibetaanse Terriërs zijn er in iedere combinatie van eenkleurig, bont, driekleurig, bruin of grijze streken, gevlekt, wit, wit-zwart, goudkleurig, crème, grijs, rookkleurig, zwart, zwart-twee of driekleurig.

De neusspiegel moet zwart zijn, de ogen donkerbruin en de oogranden zwart.

 

Fouten Stompe neus, gebrek aan dubbele vacht, "katten voeten".

Ingezonden door Marij Janssen. Bron Wikipedia .

naar boven