West Highland White Terrier.

 

Terriers zijn van oudsher waardevolle gebruikshonden geweest, waarbij de uit de Schotse streek Argyle afkomstige honden de naam hadden veruit de beste werkhonden te zijn. Eeuwenlang werd er met zorg gefokt en geselecteerd op moed en vastberadenheid. Factoren die onontbeerlijk zijn voor het achtervolgen van het wild in holen, in struikengewas en onder of tussen rotsblokken. Aan het onderaardse werk is de naam Terrier te danken, afgeleid van het Latijnse woord "terra" oftewel "aarde".

De Terriers waren echte gebruikshonden die in het ruwe rotsachtige gebied van de Schotse Hooglanden uitstekend uit de

voeten konden De kleinere Terriers waren uitermate geschikt voor de jacht op klein wild en kleine roofdieren zoals dassen en vossen die op de meest ondoordringbare plaatsen hun schuilplaats zochten.

De meestal kortbenige hondjes werkten in groepen en holden luid blaffend achter het wild aan en waren instaat het wild bijna overal te volgen. Voor het speciale holen-werk mochten de ribben niet te rond zijn, want dan konden de honden te gemakkelijk vast komen te zitten in holen of tussen de rotsblokken. Vandaar dat veel Terriers een peervormiglichaam hebben waarbij het rechtopstaand staartje als handvat kan worden gebruikt om hem uit een hol te trekken. Een bruikbare hond moest intelligent, vindingrijk en moedig zijn en hij moest snel kunnen reageren.

 

De West Highland White Terrier is nauw verwant aan de Cairn Terrier en Schotse Terrier. Ze behoren alle drie tot de laag benige aardhonden en hebben dezelfde Schotse voorouders. Vroeger werden de lichtgekleurde pups uit een nest gedood. Men dacht dat ze zwak waren en dus ongeschikt voor het werk. Daarin kwam volgens de verhalen, verandering toen op zekere dag de lievelingshond van een jager werd doodgeschoten omdat men hem voor wild had aangezien.

Kolonel Edward Donald Malcolm kwam op het idee om witte hondjes voor de jacht te gaan gebruiken. Deze waren veel beter zichtbaar en zouden dus goed te onderscheiden zijn van het wild. In de praktijk bleken de lichtgekleurde honden even sterk te zijn als hun donker gekleurde broers en zussen en dus ontwikkelde Kolonel Malcolm een eigen fok programma voor witte honden. In 1907 lukte hem om deze hondjes onder de naam West Highland White Terrier -al spoedig afgekort tot Westie- als ras erkend te krijgen bij de Engelse Kennel Club.

 

De Westie en de Cairn waren honden van de ruwe jagers. Hij moest bestand zijn tegen het zoute water en de ijzige koude winters van de Atlantische kust, maar hij moest zich ook op zijn gemak voelen bij het brandend haardvuur in het huis van zijn meester. Hij moest een vriend zijn voor zijn eigen mensen, maar waarschuwen tegen vreemden en/of indringers. Om op jachtkwaliteiten te selecteren werden de -vaak nog jonge hondjes- in een ruimte gezet samen met een das of een aantal ratten. Als de hond binnen tien minuten zijn tegenstanders had gedood, dan was hij het "waard" om voor het werk en de fok aangehouden te worden, bange en zwakke exemplaren kon men niet gebruiken.

Het karakter van de Westie is door de jaren heen hetzelfde gebleven. Al is het nu niet meer zo de bedoeling, de Westie graaft en spit nog graag uw tuin om. Passerende muizen, laag overvliegende mussen en katten van de buren zijn hun leven niet altijd veilig met een Terrier in de buurt, maar zijn ze er van pup af aan mee vertrouwd dan is er geen vuiltje aan de lucht. De Westie heeft een groot "roedelgevoel" hij heeft graag gezelschap om zich heen en houdt van mensen. Daar zal hij niet altijd mee te koop lopen, want een Westie is trots en heeft een groot gevoel van eigenwaarde. Het is een pittig baasje, die -al laat hij niet met zich laat sollen- zelden of nooit agressief op mensen reageert. Hij is verdraagzaam voor kinderen en is voor het hele gezin een leuk kameraadje.

 

De Westie als huisgenoot. De Westie is groot genoeg om een echte hond te zijn en klein genoeg om op een flat of kleine woning te worden gehouden. Zijn maat staat hem eveneens toe om soms even gezellig naast je in de stoel te komen zitten, zonder dat het een schoothond is. Hij is graag buiten, zowel bij goed als bij slecht weer en nat of vuil worden vindt hij niet erg. Het dagelijks onderhoud is gemakkelijk, met een borstel vliegt het vuil eraf. De Westie heeft geen last van typische hondenluchtjes. Hij moet wel elke drie maanden naar de trimster om zijn jas in model te laten plukken. Zorgen we consequent voor deze drie maandelijkse behandeling dan verhaard de Westie niet en vinden we geen haar in huis. Een pas gewassen en getrimde Westie ziet eruit als een speelgoedhondje, maar vergis U niet, hij is zeer levendig en actief. Hij merkt alles in zijn omgeving, er ontgaat hem niets en hij is altijd in voor een spelletje. Hij is lief en eerlijk, maar niet altijd gehoorzaam, want een Terrier heeft zo zijn eigen kijk op uit te voeren taken. Hij heeft veel beweging nodig, maar maakt de meeste kilometers in huis U door U overal te volgen waar U gaat. Mensen die verwachten dat hun hond rustig aan hun voeten gaat liggen moeten geen Westie nemen.

 

 (C)Tekst In@ Peters-Boltjes                                                                                                                       

  naar boven