|
|
De Zuidrus is in Nederland bij
de Herdershonden ingedeeld. Binnen deze rasgroep vallen alle herders,
d.w.z. alle rassen die voor het hoeden worden gebruikt, de
Berghonden, die naast hoeden ook bewaken en verdedigen, zijn voor
een groot gedeelte ondergebracht bij groep 2, waarin naast Pinschers
en Schnauzers ook de Berner Sennenhonden en Molossers zijn
ondergebracht.
De Zuidrus heeft van beide
partijen een aantal typische kenmerken meegekregen. Aangenomen
wordt dat de Gos d'Atura Catala, een van de voorouders is. Deze
Catalaanse Herdershond zou lang geleden al met de Merino schapen
naar Rusland zijn gekomen. Van hem zijn dus duidelijk de
"herdersinstincten" afkomstig, want als Herdershond staat
de Gos d'Atura "hoog aangeschreven" in Spanje. Door
kruisingen met de zware Berghonden van de Tartaren uit de
noordelijke Krim en de slanke ranke Barsoi werd verdediging en
aanvalsdrift aan de "hoed" kwaliteiten toegevoegd. Want
het was niet voldoende voor de Russische herder dat zijn hond de
schapen bij elkaar wist te houden en van plaats naar plaats kon
begeleiden. Hij had een hond nodig die in staat moest zijn om een
aanvaller te verjagen of te doden.
Een van de natuurlijke
vijanden van een schaapskudde was en is de wolf. Door de Barsoi
-ooit gefokt voor de jacht op wolven- in te kruisen, werd het
wegjagen en achtervolgen ingefokt, terwijl de massa, de felheid en
de wantrouwende aard van de Berghonden de juiste ingrediënten
bleken te zijn voor een moedige verdedigingshond.
Door zorgvuldige selectie op
deze punten ontstond uit de pure drijver -de Gos d'Atura- een niet
mis te verstane verdediger van alles wat tot het eigen roedel
behoort. In zo'n roedel kunnen we de meest uiteenlopende individuen
aantreffen. Bekend is dat de Zuidrus een
sterke beschermingsdrang voor schapen bezit, maar als ze er vanaf
het begin bij horen, bewaakt hij even trouw de kippen en de katten,
als mens, have en goed. Volgens de boeken
geeft hij echter een vreemdeling zelfs niet het "voorrecht
van de twijfel", maar gaat er meteen en zonder aarzelen
vanuit dat een vreemde "kwaad in de zin heeft." Hij
is zeer wantrouwend en moedig, de aanval is voor hem een tweede
natuur. Het ras staat bekend als bijtgraag, ondanks hun
zelfverzekerd en evenwichtig karakter. De
Zuidrussische Ovtcharka kan dus niet bepaald "omgeving
vriendelijk" genoemd worden en dat kan in onze toch al
overvolle samenleving een probleem zijn. Daarom is het zaak om vroeg
en consequent met de opvoeding te beginnen, om zo zijn gedrag aan te
passen aan de maatschappij waarin hij leeft, waarbij het natuurlijk
niet de bedoeling is er een allemansvriend van te maken.
Eigenaren die juist alle voornoemde kwaliteiten erg waarderen,
zullen er voor (moeten) zorgen dat de hond voldoende terrein heeft
om te bewaken, een afzetting om te voorkomen dat mensen ongenodigd
achterom komen, en een deurbel zodat vrienden en kennissen hun komst
kunnen melden.
De Zuidrus is niet overdreven
groot, minimaal 65 cm. voor reuen en 62 cm voor teven. Door
zijn zware bespiering en dichte, dubbele, groffe, lange, in lokken
vallende -meestal licht gekleurde- vacht, lijkt hij echter fors,
zonder dogachtig te zijn. Het zijn honden
met een groot uithoudingsvermogen, levendig en enorm actief. Gewend
aan zelfstandig en onafhankelijk werken in de vrije natuur, wil hij
bezig zijn, in welke vorm dan ook. Dat een
dergelijk actief beest niet op een flat thuis hoort, behoeft geen
uitleg, maar ook het wonen in de bebouwde kom, met het dagelijks
gaan en komen van "vreemdelingen" zal voor baas en hond
niet altijd even makkelijk zijn. Voor dit ras geldt dus dubbel "bezint
eer ge begint" . Maar zelfs als
men bereid is veel tijd, liefde en geduld in de socialisering te
steken en we uitgaan van een optimale situatie, blijft de vraag
.... kan ik een goede baas zijn voor een Zuid-Rus
Op
deze foto bewijst een Zuid-Rus dat springen met 4 poten in de lucht
geen enkel pro-bleem is. Deze eigenschap maakt hen uitermate
geschikt bij het bewaken van de kuddes. Rovers op kleine wendbare
paarden die voor hun avond eten dachten langs te kunnen komen,
werden zonder problemen met grote sprongen vanaf de grond
aangevallen.
De Tartaren zoals deze
rovers werden genoemd, hebben misschien wel net zo verbaasd gekeken
als ik, toen ik voor het eerst een Zuid-Rus de lucht in zag gaan.
(C)Tekst: Ina Peters-Boltjes |